Stemmen tellen? Ze deden maar wat

Oostenrijk

Bij het tellen van de stemmen in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen werden de regels aan de laars gelapt. Nu moet de hele stemming over.

Wenen

Dat de tweede ronde van de presidentsverkiezingen over zou moeten, zoals het Constitutionele Hof vrijdag oordeelde, zag heel Oostenrijk van verre aankomen. Dat dit een week na de Brexit tot extra politieke instabiliteit kan leiden, en méér polarisatie tussen nationalisten en globalisten, lijkt echter even voorspelbaar.

Afgelopen twee weken hoorden rechters van het Hof 67 getuigen uit kiesdistricten verspreid over het land. Burgers konden de verhalen op tv en in live tickers in geuren en kleuren aanhoren: kiesmannen, waarnemers en hoofden van stembureaus hadden op 22 en 23 mei briefstemmen geopend en geteld op momenten waarop dat volgens de wet niet mocht, en in het bijzijn van de verkeerde personen. Daarna hadden allen een document getekend om te verklaren dat alles correct was verlopen. Hier werd, kortom, een loopje genomen met de regels.

Fraude is niet aangetoond. De president van het Hof, Gerthart Holzinger, benadrukte dat niet is bewezen dat de uitslag – een nipte overwinning voor de Groene Alexander Van der Bellen, met amper 31.000 stemmen verschil – door de onregelmatigheden is beïnvloed: „Niemand is een verliezer, niemand is een winnaar.” Tijdens de hoorzittingen gaven leden van de klagende partij, de extreemrechtse FPÖ van de verliezer Norbert Hofer, toe dat zij even hard meededen aan de onregelmatigheden en dat ze niet dachten dat politieke opponenten de uitslag hadden gemanipuleerd. Maar het beeld dat oprees uit deze verhoren was zo chaotisch en irregulier, dat manipulatie „niet uitgesloten kan worden”, zei Holzinger. Dit punt, dat expliciet genoemd wordt in een oud arrest uit 1927, gaf voor het Hof de doorslag: dit moet over, in het hele land.

Van der Bellen, die komende week geïnstalleerd had zullen worden, zei dat „het oordeel gerespecteerd moet worden”. FPÖ-leider Heinz-Christian Strache sprak van „een overwinning voor de rechtsstaat en de democratie”. Velen vragen zich af welke politieke gevolgen dit krijgt, in een week waarin het Britse Brexit-referendum Europese democratieën op hun grondvesten deed schudden en het Europese project opnieuw in een crisis stortte.

De Oostenrijkse herhalingsoefening, in september of oktober, kost miljoenen en zal de politieke kloof in het land, dat uiterst gepolariseerd raakte in de twee stemrondes voor het presidentschap, wellicht vergroten. Op een moment waarop deze kloof tussen voorstanders van een meer open, kosmopolitisch beleid en de aanhangers van een meer nationalistische, conservatieve en eurosceptische koers in heel Europa groeit, wordt hier al druk gespeculeerd op het effect van de herverkiezing op de uitslag.

Consolideert Van der Bellen, de 72-jarige Groen-liberale econoom zijn verkiezingswinst? Zal hij die winst vergroten, omdat kiezers de politieke chaos in het Verenigd Koninkrijk hebben gezien en ditmaal liever op safe spelen? Helpt het hem misschien ook, dat er een nieuwe bondskanselier zit, een doortastend type dat de woede over het establishment misschien enigszins kan dempen?

Of speelt de herkansing juist Norbert Hofer in de kaart, de veertiger op rechts van het politieke spectrum, die na het Brexit-nieuws meteen zei dat Oostenrijk óók een referendum moest hebben over het EU-lidmaatschap? Krijgt de FPÖ de credits, omdat de partij aanklaagde wat er misging bij verkiezingsprocedures – een fenomeen dat de zittende regeringspartijen al decennia negeren en tolereren? Kan Oostenrijk dan toch nog het eerste land worden in West-Europa met een extreemrechts staatshoofd?

Niemand die het weet. Iedereen heeft louter vragen nu. Maar het zijn wel vragen die het voor veel Oostenrijkers, die vorige keer al niet wisten op wie ze moesten stemmen, nog moeilijker gaan maken hun keus ditmaal te bepalen. Vorige keer kreeg Van der Bellen veel stemmen van kiezers die hem ongeschikt vonden, maar een grotere hekel aan Hofer hadden – en omgekeerd. Hofer werd door tegenstanders gecast als „fascist”, Van der Bellen als „communist”. Door die overtrokken typeringen waren de campagnes bijna even hysterisch en ‘op de man’ als die in het Verenigd Koninkrijk.

Het goede nieuws van deze herhalingsoefening is dat ze bewijst dat de democratische instellingen in Oostenrijk behoorlijk functioneren: er ging iets fout en dat wordt nu hersteld. Leve de rechtsstaat. Volgens de scheidende president, Franz Fischer, „is Oostenrijk voor een belangrijke test geslaagd.”

Maar de onregelmatigheden die afgelopen weken zijn aangetoond, zijn in de eerste ronde ook begaan. En in veel andere voorgaande verkiezingen ook. Maar omdat de termijn is verstreken om over de eerste ronde te klagen (Hofer won die met glans van vijf andere kandidaten, en de FPÖ diende toen géén klacht in), moet alleen de tweede ronde over. Met dezelfde twee kandidaten, en dezelfde kiezers. Burgers die in de tussentijd zestien zijn geworden – de kiesgerechtigde leeftijd hier –, mogen niet meedoen. Evenmin mag president Fischer, die komende week afzwaait, een paar maanden extra blijven. Volgens de wet mag hij twee termijnen van zes jaar president zijn, geen dag langer.

Drie eminente Oostenrijkers zullen het presidentschap nu waarnemen tot er een nieuwe president is: de hoogste drie functionarissen van het nationale parlement. De ironie wil dat de nummer drie in het parlement toevallig Norbert Hofer zelve is.