Sambal

Over Chinezen zijn heel wat flauwe grapjes gemaakt – dat ze ‘witte lijst’ in plaats van ‘witte rijst’ zouden zeggen bijvoorbeeld – maar zelf kunnen ze er ook wat van. Ik kwam met hun humor in aanraking toen ik met de dochter een maaltijd ging afhalen bij ‘Rest. Wang’, het dichtstbijzijnde Chinese restaurant.

In het restaurantgedeelte zat een Amsterdams echtpaar voor het aquarium tegen elkaar te schreeuwen, in het aanpalende wachthok zaten de afhalers met zeven bovenop elkaar. De magnetron – essentieel in de Chinese keuken – vertoonde kuren, zei de vrouw achter de counter van wie ik aannam dat het mevrouw Wang was.

Ik bestelde nasi goreng.

„Extra lang dus”, zei mevrouw Wang.

Voor haar stond een ouderwetse telefoon, eentje met een snoer en een draaischijf. Ik zei er wat over, maar mevrouw Wang was volledig in beslag genomen door de dochter. Ze produceerde een lange zoemtoon die ze afsloot met een onverwacht ‘pang!’, dat een schrikreactie veroorzaakte.

Daar keken de dochter en ik van op, we wrongen ons maar snel op een van de houten stoeltjes. Zij bovenop mij, schouder aan schouder met de andere afhalers.

We keken een beetje angstig naar de Chinese vrouw, die maar bleef zwaaien. Ik bewoog het armpje van de dochter maar even op en neer om haar te plezieren. Ze spoot een flinke toren slagroom op een schoteltje.

Ze bracht het met een op zichzelf best leuk grapje.

„Sambal erbij?”

Van mij had ze de traktatie mogen houden, want om me heen zaten ze al snel onder.

„Het zit ook aan mijn sok”, zei de man naast me, terwijl hij met een servetje zijn schoen schoon wreef. Ja, en het zat ook op de vrouw naast me, op haar krant, op het vloerkleed en op mijn blouse. Er werden heel wat papieren servetjes uit de houder op de toonbank getrokken. Mevrouw Wang leek zich ondertussen prima te amuseren.

Bij het afrekenen, ik moest pinnen, zette ik de dochter op de toonbank. Mevrouw Wang hield haar een lollie voor het gezicht die ze telkens als de dochter haar handjes uitstrekte wegtrok.

„Mis baby, mis!”

Terwijl ik stond te hannesen met het pinapparaat, een plastic tas met nasi, een telefoon die ging en een spartelende dochter, zette meneer Wang een vol dienblad naast de trappelende beentjes. In gedachten twijfelde ik of ik ‘raak baby, raak!’ of ‘pang!’ zou zeggen als mevrouw Wang met de laatste servetten de tomatensoep van zich af boende.

Overbodige gedachten, het feest ging niet door.