Negen elitesoldaten op een racefiets

Tour de France De acht knechten van Tour-favoriet Chris Froome hadden stuk voor stuk zelf kopman kunnen zijn. „Dit is het sterkste team ooit.”

De zomer is in Normandië ver weg deze loodgrijze dagen. Maar niet op het gezicht van Chris Froome en Wout Poels, de titelverdediger en meesterknecht bij Team Sky uit Groot-Brittannië, op papier het beste wielerteam ter wereld. De twee hoofdrolspelers uit de Tour de France van vorig jaar glimlachen de vergaderzaal vol met journalisten tegemoet, hier in een feeëriek gelegen hotel dat Omaha Beach heet. Wout grijnst als ‘Froomey’ zegt dat hij zijn knecht uit Blitterswijck eigenlijk helemaal niet nodig heeft in de bergen. Een sarcastisch onderonsje, slechts begrepen door de winnaar van Luik-Bastenaken-Luik en de Keniaanse Brit die vanaf morgen op jacht gaat naar zijn derde Tourzege.

Er valt ook genoeg te lachen, want wat een weelde bij Sky, het team van Sir Dave Brailsford. Mikel Landa, Geraint Thomas, Sergio Henao, Mikel Nieve, Wout Poels – één voor één mannen die het kopmanschap zouden kunnen dragen, als Froome niet al de grootmeester was. Mannen die bij elke andere ploeg voor de gele trui zouden mogen strijden, maar in ruil voor een royaal belegde boterham bij Sky knechten zijn voor een knokige wielrenner die hard bergop leerde fietsen in de heuvels bij Nairobi. „Alles voor Chris”, zegt Wout Poels, zich schikkend in zijn dienende rol. „Dat wist ik toen ik hier tekende.”

Kans op waaiers

En wat te denken van de renners die op het vlakke behoren tot de buitencategorie: Luke Rowe, Ian Stannard en regerend wereldkampioen tijdrijden Vasil Kirijenka. Mannen met dijen zo breed als die van Poels en Froome samen, perfect inzetbaar als windscherm in spookachtig Normandië, waar het peloton de komende dagen best eens in stukken kan breken als de wind schuin van achter komt en de sterksten voor in de groep een tandje bijschakelen.

Op die manier legde Froome vorig jaar de basis voor zijn Tourzege. In de eerste etappe van Utrecht naar Neeltje Jans sloeg het weer om en trokken Tinkoff en Sky het peloton in waaiers, met kopman Froome veilig vooraan. Colombiaan Nairo Quintana, dit jaar weer de grootste uitdager van Froome, verloor pardoes anderhalve minuut en kreeg dat nadien niet meer gladgestreken, ook niet toen het in de Alpen kraakte en piepte bij Froome.

Juist in die moeilijke ritten trad Poels uit de schaduw van jarenlange malheur, in de derde week dansend op de pedalen richting Alpe d’Huez, aanvallen van Quintana parerend alsof hij nooit anders had gedaan. Zijn kopman kon het allemaal maar net bijhouden. „Daar haalde ik veel meer voldoening uit dan ik had verwacht”, blikt Poels terug. „Ik ben natuurlijk geen renner geworden om altijd maar te knechten. Maar ik vind het echt het leukste om de laatste klusjes te doen. Die zijn het zwaarst, maar ook het mooist.” Hij doelt op de bergen in de slotweek van de Tour. Daar ligt dit jaar het zwaartepunt, met vier bergetappes op rij. „Nu kijk ik daar nog naar uit. Ik ben altijd best wel goed in de derde week.”

Piekmoment

Ook Froome richtte zijn trainingsschema in op die week. „Ik heb mijn piekmoment uitgesteld, zodat ik daar het sterkst ben. Dit is de zwaarste Tour de France in jaren, echt gericht op de klimmers. Gelukkig ben ik hier met het sterkste team ooit.”

Een team tot de tanden bewapend voor alle onheil die er op papier valt uit te tekenen. Sir Brailsford trekt met enig gevoel voor drama graag de vergelijking met D-day, toen geallieerde soldaten niet ver van hier op 6 juni 1944 aan land kwamen en hun leven gaven voor een vrij Europa. „Soldaten die zich enkel en alleen concentreerden op hun taak. Dat is precies wat wij ook moeten doen.”

Wie gaat er een gat vinden in het schild van Team Sky, negen elitesoldaten op een fiets? Ze zullen deze Tour proberen te regisseren, want „we controleren liever dan dat we moeten jagen”, geeft Sir Brailsford toe. Maar, zegt Froome: „Anything can happen.” Zeker in Normandië.