Marja van Bijsterveldt nieuwe burgemeester Delft

Delft verkeert in flinke financiële problemen vanwege problemen rondom een duur uitgevallen spoorproject.

Archieffoto uit 2014 van Marja van Bijsterveldt. Foto Martijn Beekman / ANP

Marja van Bijsterveldt (CDA) wordt de nieuwe burgemeester van Delft. De voormalige staatssecretaris en minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gaat op 2 september aan de slag.

De 55-jarige Van Bijsterveldt werd vrijdag voorgedragen voor de benoeming. Het is niet de eerste burgemeesterspost voor de christendemocraat: van 1994 tot 2003 bekleedde zij dat ambt in de gemeente Schipluiden, dat tegen Delft aan ligt. Ook was zij CDA-partijvoorzitter en wethouder in Almere.

Van Bijsterveldt volgt Bas Verkerk (VVD) op, die sinds 2004 burgemeester is. Na 12 jaar zit zijn termijn erop.

Financiële problemen

Delft verkeert in flinke financiële problemen. Een spoorproject met een vier rails tellende tunnel viel tientallen miljoenen euro’s duurder uit dan begroot. Maar dat is niet de oorzaak van de financiële ellende in de gemeente, aldus NRC-journalist Jos Verlaan:

“Dat zijn tegenvallers bij de ontwikkeling van het ambitieuze stadsvernieuwingsproject Spoorzone Delft. Tussen de binnenstad en het westelijke deel van de stad wordt een woonwijk gebouwd. De wijk, die in 2030 klaar moet zijn, komt bovenop de tunnel en verbindt twee stadsdelen die door het spoor decennia gescheiden waren. De totale kosten van tunnel en woonzone bedragen ruim 1 miljard euro. Infrastructuur en Milieu betaalt 583 miljoen, Delft 264 miljoen, Zuid-Holland en de stadsregio’s Rotterdam en Haaglanden samen 155 miljoen euro. Delft zou zijn verplichtingen deels kunnen nakomen dankzij de grondverkoop aan de bouwers van de geplande 1.200 woningen. Maar dalende grondprijzen en aarzelende projectontwikkelaars gooiden roet in het eten.”

Inmiddels is het geraamde tekort voor Delft opgelopen tot 80 miljoen euro. De gemeente moest flink bezuinigen en financiële hulp bij de provincie aanvragen door het financiële debacle. Ook moest Delft de helft van zijn ambtelijk apparaat de laan uitsturen.