Recensie

Kolonialisme in het bloed

Nederland was en is geen raciaal gidsland, waar het zich lange tijd voor hield, stelt antropologe Gloria Wekker vast. Maar ze overdrijft haar stereotypering van de witte Nederlander als racistische kolonialist.

Conny Pufflijk van de Surinaamse vereniging Kopro Beki Prodo in traditionele, Creoolse klederdracht, de koto, van de kotomisi, de rokkenvrouw, een begrip uit de tijd van de slavernij toen vrouwen zich in veel kleding moesten hullen om zich onaantrekkelijk te maken voor de wellustige heer des huizes Foto Jan van Breda/ANP

Nederland had voor antropologe Gloria Wekker alle schijn van onschuld verloren, toen ze er in 1992 na een studieverblijf van vijf jaar aan de University of California terugkeerde. Opeens zag ze duidelijk dat Nederland niet het interraciale gidsland was waar het zich voor uitgaf. ‘De keizer had geen kleren’, schrijft ze in White Innocence, een studie over de paradoxen van kolonialisme en racisme.

De gemiddelde Nederlander was onbehouwener en botter tegenover minderheidsgroepen dan de Amerikaan, merkte ze. ‘Wat me vaak opviel, is dat interraciale situaties, conversaties en fenomenen die totaal onacceptabel zouden zijn in een Amerikaanse context in Nederland zonder enig fronsen of kritisch commentaar passeerden.’

Inderdaad. Een columnist die in een Amerikaanse talkshow zou opmerken dat hij hoopte dat zijn dochter niet met een grote neger zou thuis komen, zou een schandaal veroorzaken. Martin Bril kon dat ongestraft zeggen in De Wereld Draait Door. Het was toch maar een grap?

Nog kwetsender was Jack Spijkerman. Tegen talkshow-presentator Umberto Tan zei hij op RTL: ‘Niet alleen donker maar ook nog dom.’ Spijkerman vond dat hij het mocht zeggen omdat hij ‘progressief’ was en Tan persoonlijk kende. Hier kwamen weliswaar veel reacties op, maar dat is eerder uitzondering dan regel. Zelf kreeg Wekker als hoogleraar Vrouwenstudies vaak de vraag of ze niet een ‘excuus-Truus’ was.

Ethische hoogte

De botheid is te wijten aan de Nederlandse zelfgenoegzaamheid, aldus Wekker. Dat verholen chauvinisme, die blanke onschuld ‘omvat de dominante manier waarop de Nederlanders over zichzelf denken: als een kleine maar rechtvaardige ethische natie, altijd op grote morele en ethische hoogte, dus een licht voor andere mensen en naties.’ Als onschuldig fenomeen wordt Zwarte Piet gezien. Onschuldig omdat hij immers optreedt bij kinderfeesten en bij de Nederlandse cultuur zou horen. Toch is de toon van het debat zo schril, omdat het in wezen gaat over de vraag naar racisme in onze samenleving.

Dat racisme is terug te vinden in zo’n kinderfeest en in het dagelijks leven is niet verwonderlijk, schrijft Wekker: Nederland is vierhonderd jaar een koloniale macht geweest, met slavernij in Suriname en op de Antillen. Die periode zou grondig zijn verdrongen, maar zit wel in het koloniale ‘culturele archief’. Dat ‘culturele archief’ – een notie van schrijver Edward Saïd (1935-2003) – is de vertroebeling van de westerse blik door kolonialisme. Dat geldt volgens Wekker zeker voor de Nederlander die na het verlies van ‘ons Indië’ trots was op zijn gidslandstatus en overal ter wereld ontwikkelingsgeld uitdeelde. In de katholieke school van Wekkers Nijmeegse jeugd was er een potje voor ‘de arme negertjes’.

In haar gerechtvaardigde strijd tegen blanke discriminatie en ongevoeligheid creëert Wekker een nieuw stereotype, dat van de door kolonialisme en slavernij geconditioneerde blanke, ‘witte’ Nederlander. Het bestaan van zo’n ‘cultureel archief’ dat generaties lang doorwerkt, is wetenschappelijk omstreden. Toevallig verscheen er dit jaar een studie van de universiteit van Harvard (Acharya, Blackwell, Senn, Journal of Politics) die het bestaan van zo’n soort cultureel archief bevestigt: blanken in counties in het zuiden van de VS die lang vasthielden aan slavernij, staan nog steeds vijandig tegenover zwarten. Maar daar waar slavernij eerder werd afgeschaft of nauwelijks bestond, was dat dus veel minder het geval, ook in counties waar nu veel zwarten wonen.

Welnu, in Nederland zelf was geen slavernij. Die speelde zich ver weg af en slechts een minderheid van blanke Nederlanders had er tot in de 19de eeuw mee te maken. Hele bevolkingsgroepen zagen weinig heil in het kolonialisme. Na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde zich een sterke anti-koloniale beweging. De ‘witte’ kolonialist is dus ook een karikatuur.

De verhoudingen tussen zwart en blank zijn in Nederland minder gepolariseerd dan in de Verenigde Staten. Tot in de jaren zestig waren zuidelijke deelstaten officieel gesegregeerd. In diezelfde tijd kenden de meeste Nederlanders zwarten alleen van – soms stereotype – plaatjes. Van wettelijke segregatie was geen sprake. De massale immigratie uit Suriname moest nog op gang komen.

De parallellen met de VS gaan dan ook beperkt op. Wekker overdrijft door de ministeries waar vrouwenemancipatie werd gescheiden van beleid voor vrouwen uit etni- sche minderheden te vergelijken met de scheidingen op een plantage.

Wekker zegt dat de term ‘racisme’ taboe is in Nederland. Begrijpelijk, want jarenlang werd die term geassocieerd met de Holocaust. Maar racisme is meestal niet genocidaal. Wekker koppelt het aan slavernij. Die generalisering verklaart ook waarom haar blanke studentes volgens haar niet meer over racisme durfden te praten. Ze konden het nooit goed doen.

Campustribalisme

Vooroordelen zijn alledaags, iedereen heeft ze en minderheden hebben daar het meeste last van. De kinderen van niet-westerse immigranten worden vaak niet echt als Nederlander gezien. De etiketten kloppen niet, niet voor mensen uit minderheidsgroepen en niet voor mensen uit de ‘witte’ meerderheid. White Innocence sluit mensen onveranderlijk op in hun identiteit van wit, zwart, man, vrouw, trans en seksuele oriëntatie. Op Amerikaanse universiteitscampussen gaat het over niets anders. Daar woedt een ware stammenstrijd van slachtoffers. Die Amerikaanse invloed is in Wekkers boek merkbaar. Los van het campustribalisme kan Nederland op het gebied van dagelijkse diversiteit leren van de VS waar immigranten zich meer geaccepteerd voelen. Anderzijds kent Nederland niet de raciale excessen uit de recente Amerikaanse geschiedenis en het huidige geweld in zwarte getto’s met vaak dodelijk politie-optreden en volle gevangenissen. Dat maakt blank Nederland niet vanzelf onschuldig; hier heeft Wekker een punt. Maar bij nieuwe vooroordelen over groepen is niemand gebaat.