Interview

‘Kinderen in de knel door geldgebrek’

De jeugdzorg moet onder regie van gemeenten sterk veranderen, met veel minder geld. Waarom geeft het rijk niet wat extra’s, vragen bestuurders zich af.

Verpleeghuizen, rechtbanken, het leger, huurders – er is geld voor ze. Door financiële meevallers wordt voor samen 1,2 miljard euro aan bezuinigingen teruggedraaid, maakte het kabinet onlangs bekend.

En de jeugdzorg? Die krijgt niets.

Hans du Prie, directielid van de Zuid-Hollandse jeugdzorginstelling Horizon, en Mariëtte van Leeuwen, wethouder jeugd in Zoetermeer, snappen het niet. „Het is raar dat wij niet op dat lijstje voorkomen. Een gemiste kans.”

En nee, bezweren ze, dit gaat niet over wc-eend die wc-eend adviseert. Dit gaat over kwetsbare kinderen. Over veiligheid. Laatst nog, zegt Du Prie, moest Horizon ’s avonds halsoverkop crisisplekken vinden voor meerdere kinderen die in nood verkeerden. „De ouders stonden elkaar naar het leven, de kinderen waren in de war, in paniek.” Horizon vond plek bij een ervaren pleeggezin. „Met de bezuinigingen op de jeugdzorg komen dit soort oplossingen in het gedrang.”

Besparen op jeugdzorg kan heel goed, zeiden vele wethouders. Door sneller ingrijpen bij probleemgezinnen, door ‘integrale’ samenwerking tussen school, wijkteam, hulpinstelling. Nu zegt u: er is toch meer geld nodig?

Van Leeuwen: „Je kan enorm besparen door problemen vroeg te signaleren. Ook door integraal werken. Daar geloof ik heilig in. Maar er is budget nodig om van die theorie werkelijkheid te maken. Vernieuwen kost geld. En tijd. Het oude systeem kan niet in één keer ophouden te bestaan. We moeten nieuwe en oude jeugdzorg dus naast elkaar in stand houden. Je hoeft niet heel slim te zijn om te begrijpen dat dat duur is.”

Kunt u een voorbeeld geven?

Du Prie: „Neem de residentiële jeugdzorg, zorg voor kinderen die in een instelling wonen. Nu kan een kind uit een probleemgezin daar maanden verblijven omdat er geen goed alternatief is. Die alternatieven ontwikkelen wij nu. Zoals: kortstondig een heel gezin in zo’n instelling plaatsen in plaats van alleen het kind. Niet een aantal maanden, maar een aantal weekends. Om kind én ouders op weg te helpen. En thuis, doordeweeks, woont dan een gespecialiseerde pedagoog bij het gezin in. Zo’n verandering – weg van de bakstenen van de instelling – vergt een enorme cultuuromslag. Punt is: tegelijkertijd zien we juist een sterk stijgende vraag naar de oude, residentiële hulp. Meer dan ooit zijn crisisplaatsen gewild. Vorige week hebben we dus toch maar weer een residentiële groep geopend – wat we eigenlijk niet willen.”

Vanwaar die grote vraag?

Van Leeuwen: „Door de vernieuwingen; de wijkteams bijvoorbeeld, die zich hele buurten eigen maken. Die teams pikken veel sneller op dat zich achter die voordeur een heftige situatie voordoet. Dat zorgt voor extra toestroom van kinderen. In Denemarken, waar de jeugdzorg in 2007 ook een gemeentetaak werd, is dat ook gebeurd.”

Die toestroom was dus voorspelbaar. Waarom hebben gemeenten en instellingen vóór de decentralisatie dan niet harder geprotesteerd? Er wordt 15 procent bezuinigd in drie jaar tijd.

Van Leeuwen: „Daar hebben we het voortdurend over gehad. Maar op een gegeven moment is daar een rijksbegroting met bedragen die je krijgt toegeschoven. Dat is de werkelijkheid.”

Du Prie: „Dan moet je niet blijven mopperen, en moet je gewoon aan de slag. Maar feit is: de bezuinigingen vallen in sommige gemeenten veel hoger uit, hier en daar lopen die de komende jaren zelfs op tot 30 procent. Bovendien: een deel van het budget gaat op aan innovatie. En terecht. Maar de keerzijde daarvan is dat er minder euro’s overblijven voor de zorg zelf.”

Gemeenten hebben een overschot van 300 miljoen aan zorggeld, bleek onlangs. Kunnen ze dat niet inzetten?

Van Leeuwen: „Aan dat nieuws heb ik me mateloos gestoord. Er is niet langer zoiets als ‘geld voor de zorg’ dat bij gemeenten belandt. Dat is achterhaald denken. Er is één samengevoegd budget voor én jeugd én ouderenzorg én werkbemiddeling. Daarvoor komen gemeenten juist miljoenen tekort, zo meldde het Sociaal en Cultureel Planbureau in mei – alleen werd dát geen groot nieuws. Vergeet niet: veel gemeenten, ook Zoetermeer, hebben geen tafelzilver meer. Gronden zijn verkocht, zwembaden gesloten. We putten uit algemene reserves om de begroting sluitend te krijgen. Elke dag krijgen we klachten van burgers over het gebrekkige onderhoud van groen in de gemeente. Dan denk ik: ja, dat komt omdat we de euro’s liever in de zorg steken.”

Zonder extra geld vreest u ongelukken?

Du Prie: „Het risico bestaat dat we het aantal residentiële bedden door geldgebrek noodgedwongen verminderen. En dat kinderen dan niet snel genoeg geplaatst kunnen worden. Nu al dreigt bij ons een opnamestop, voor pleeg- en residentiële zorg.”

Hoeveel geld verlangt u eigenlijk?

Du Prie: „Er zit nu 200 miljoen euro in een rijksfonds voor instellingen die door de decentralisatie in de problemen raken. Dat geld kun je beter in een gemeentefonds stoppen, en aanwenden voor de vernieuwing van de jeugdzorg. Let wel: we vragen dus niet eens om langdurige steun, maar om een soort startfonds. Dat lijkt me een bescheiden vraag voor de zorg aan kinderen die worden mishandeld, misbruikt of die anderszins in de knel zitten.”