In stoffig rechtzaaltje stijgt de spanning

Reportage Decembermoordenproces Suriname De poging van Bouterse om zijn proces te stoppen, had donderdag nog geen succes. Ook jongeren hekelen nu zijn noodgreep.

Rechter Cynthia Valstein-Montnor, achter haar auditeur-militair Roy Elgin. Foto Pieter Van Maele/ANP

In de kleine stoffige rechtszaal wappert auditeur-militair Roy Elgin met een dik pak papier. „Rechter, ik ben al sinds 2012 klaar om mijn requisitoir te houden. Dít is mijn betoog en het bevat 31 pagina’s. Als u nu zegt dat ik het requisitoir moet houden, dan doe ik het.” Maar hij zegt „tussen twee bevelen” te zitten. Dat van de procureur-generaal, die gehoor heeft gegeven aan het bevel van de regering van president Desi Bouterse om de vervolging in het Decembermoordenproces onmiddellijk te stoppen en „uw bevel van 9 juni om nu mijn requisitoir te houden”.

In de propvolle zaal, waar nabestaanden, hun advocaten en die van de verdachten zowat bij elkaar op schoot zitten, houdt iedereen zijn adem in. Komt er nu toch een strafeis tegen Bouterse en de andere verdachten wegens moord in 1982 op vijftien critici van zijn bewind toen?

Elgins betoog blijkt het begin van een ruim twee uur durende zitting waarin de Krijgsraad en hij elkaar de bal toekaatsen.

Bedachtzame rechter

De Krijgsraad – drie vrouwen onder leiding van de bedachtzame en kalme rechter Cynthia Valstein-Montnor – wil een duidelijk standpunt van Elgin. Wat is zijn positie? Op basis van grondwetsartikel 148 beval Bouterse vervolging te staken omdat „de staatsveiligheid” in het geding zou zijn. Procureur-generaal Roy Baidjnath Panday gaf hieraan gehoor, en Elgin is als auditeur-militair ondergeschikt aan Panday. „Dat bevel is aan de procureur-generaal gegeven en niet aan de Krijgsraad. Wij hebben alleen een brief ter kennisneming ontvangen”, merkt rechter Valstein Montnor op. Elgin bepaalt na enkele schorsingen zijn positie en vraagt de zaak stop te zetten. De Krijgsraad schorst de zaak tot 5 augustus om advocaten de ruimte te geven zich te verdiepen in het inroepen van artikel 148 door de regering.

Ondernemer Henri Behr, broer van de in 1982 vermoorde journalist Bram Behr, is tevreden.

„Deze zitting geeft aan dat de rechtsstaat in Suriname nog steeds intact is. De Krijgsraad heeft zich onafhankelijk opgesteld en het bevel dat is opgedragen aan de procureur-generaal niet op zichzelf betrokken.”

Jongeren op sociale media

De noodgreep van de regering-Bouterse laat Surinamers niet onberoerd. Op sociale media tonen opvallend veel jongeren zich boos. Er worden Surinaamse vlaggen gepost met teksten als: „Blijf af van onze rechtstaat!” In de Domineestraat, de grootste winkelstraat van Paramaribo, verzamelen groepjes jongeren zich rondom het middaguur, als de scholen uit zijn. „Ik zou wel willen weten waarom onze staatsveiligheid nu in gevaar is. Wat voor gevaar dreigt er?”, vraagt de 20-jarige Leslie van Ommeren. Janine Levens (19) is al even kritisch:

„Wij weten weinig over de Decembermoorden. Op school leer je er niets over, en onze ouders houden zich stil. Maar als ik naar de nabestaanden van de vermoorde mensen kijk, zie ik slechts een groepje oudere mensen. Hoe kunnen zij een gevaar zijn?”

Het is een nieuwe generatie van opgeleide Surinaamse jongeren die niet meer klakkeloos aannemen wat ze voorgeschoteld krijgen. Door sociale media laten ze zich voeden door de wereld om zich heen. Maar er zijn ook Surinamers voor wie het allemaal niet zo hoeft. Rondom de Waterkant, waar kleine bootjes de Surinamerivier oversteken, zucht taxichauffeur James Jordan; „We hebben veel grotere problemen, zoals de economische crisis. Ik kan nauwelijks overleven.”

‘Krijgsraad stelt zich boven wet’

Uren na het einde van de zitting legt minister Jennifer van Dijk-Silos (Justitie) namens de regering uit waarom de staatsveiligheid in gevaar is. Door het besluit van de Krijgsraad om de omstreden amnestiewet uit 2012 naast zich neer te leggen en het proces door te zetten, is de rechtsstaat verzwakt.

„Ik keur persoonlijk de Decembermoorden niet goed. Maar de rechtsstaat is nu aan het wankelen, doordat de Krijgsraad zich boven de wet stelt. Dit is een bedreiging voor de staat.”

Aanvankelijk was aangekondigd dat president Bouterse zelf in een persconferentie uitleg zou geven over het bevel tot stopzetting van de vervolging. Vanwege een bespreking over de economische crisis liet hij dit aan de minister over, zei de laatste.