Hallel werd doodgestoken in haar eigen slaapkamer

Westelijke Jordaanoever Op het eerbetoon voor het Joodse meisje uit de nederzetting Kiryat Arba, dat in haar slaapkamer werd vermoord, spreken vooral felle kolonisten.

Een brancard komt aangereden met het lichaam van de dertienjarige Hallel Yaffe Ariel. Eroverheen ligt een blauwe doek waarop met gouddraad een davidsster is genaaid. Hallel werd donderdagochtend doodgestoken in Kiryat Arba, een Joodse nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. Een halve dag later staan er zo’n vijfhonderd mensen op een grasveldje in haar woonplaats om haar de laatste eer te bewijzen.

Hallel Ariel is het 39ste Joodse slachtoffer van Palestijnse aanslagen sinds in september vorig jaar een geweldsgolf uitbrak. De aanslagpleger stak haar dood in haar eigen slaapkamer.

De verdachte, de negentienjarige Mohammad Tra’ayra uit het naburige dorp Bani Na’im, werd door een beveiliger doodgeschoten. Hij is een van de ruim tweehonderd Palestijnse doden sinds het najaar. Meer dan de helft werd door Israël verdacht van het plegen van een aanslag.

Kolonistenbeweging

Op het eerbetoon voor Hallel vormen de aanwezigen een who’s who van de Joodse kolonistenbeweging. Sprekers als de ministers Ariel – een neef van het slachtoffer – en Bennett (beiden Het Joodse Huis) benadrukken dat Israël volop moet blijven bouwen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Bennett zegt bovendien dat er „geen verschil” is tussen „jihadisten die toeslaan in Kiryat Arba en degenen die toeslaan in Parijs”.

Gelijksoortige woorden zijn te horen van Dov Lior, opperrabbijn van Hebron en Kiryat Arba, die al meermaals in opspraak is gekomen met racistische uitspraken over niet-Joden. Ook Yehuda Glick, het Knessetlid van de Likudpartij die ijvert voor een Derde Joodse Tempel waar nu de islamitische Rotskoepel staat, spreekt de aanwezigen toe. Na de toespraken en het uitspreken van de kaddisj, een joods gebed, vertrekt het gezelschap naar Hebron, waar Hallel wordt begraven.

Tussendoor is steeds het luide gesnik te horen van Rena Ariel, Hallels moeder. Als haar dochter opgebaard ligt, omhelst ze het lichaam voor de laatste maal, terwijl ze jammerend een aantal keer lehitraot – ‘tot weerziens’ – tegen haar zegt. Ook een jonger zusje van Hallel barst in tranen uit. Alle vrouwelijke aanwezigen dragen een hoofddoek of pruik, alle mannen een keppeltje.

Kiryat Arba, een dorp van ruim achtduizend Joodse inwoners dat tegen de grote Palestijnse stad Hebron aan schurkt, is een van de meest omstreden nederzettingen in Palestijns gebied. Het is onder meer berucht vanwege een park vernoemd naar de veroordeelde racist Meir Kahane. Ook woonde hier Baruch Goldstein, de man die in 1994 een bloedbad aanrichtte onder biddende moslims in de Ibrahimimoskee in Hebron.

Ingereden op bewoners

De inwoners van Kiryat Arba zijn geregeld doelwit van Palestijnse aanslagplegers. Mohammad Tra’ayra prees op zijn Facebook-pagina een Palestijnse vrouw die vorige week in Kiryat Arba met haar auto op mensen was ingereden en werd doodgeschoten. In de voorbije 25 jaar vielen er zeker tien doden bij aanslagen in deze illegale nederzetting.

Volgens de 75-jarige Yehudit Elias, een vriendin van Hallels grootmoeder, is het een kwestie van Jodenhaat. „De Arabieren haten ons zo erg dat ze onze slaapkamers binnendringen om onze kinderen te vermoorden.” Verontwaardigd wijst Elias, die vijftien jaar geleden uit Californië naar de nederzetting Efrat verhuisde, de suggestie van de hand dat Palestijnse aanslagplegers gefrustreerd zouden kunnen zijn over de Israëlische bezetting van hun land. „De Joden wonen hier al duizenden jaren. Uiteindelijk gaat het de Arabieren niet om land. Het gaat ze om het vermoorden van Joden.”