Het rovende Romakind is onze zorg

Opinie

In heel Europa gaan Roma gebukt onder uitsluiting en stigmatisering. Dat blokkeert de integratie, meent Huub van Baar. Gooi het niet op hun cultuur.

Breed is het vorige week in de media uitgemeten: de Nederlandse en Spaanse politie hebben in Barcelona twee Oost-Europeanen opgepakt die ervan worden verdacht Romakinderen te dwingen tot diefstal in Europese steden (NRC, 22 juni). Zes kinderen uit voormalig Joegoslavië die eerder in het Nederlandse asielcentrum Ter Apel verbleven, werden bij de verdachten aangetroffen.

Politie en justitie presenteren de arrestatie als een internationale doorbraak. Nieuw is vooral dat ze deze kinderen niet zien als daders die achter tralies horen, maar als slachtoffers van mensenhandel. Dat is een noodzakelijke, maar ontoereikende stap om dit prangende probleem te tackelen. De selectieve publieke verontwaardiging bij dit soort ‘spectaculaire’ arrestaties werkt averechts. Vier stappen zijn noodzakelijk om de situatie van Romakinderen te verbeteren:

1. Ga niet mee met gangbare stereotypering

De verdachten zouden ook Roma zijn en dan wordt al snel naar de Roma en hun cultuur gewezen. Of criminaliteit wordt als de expertise van ‘Romaclans’ gezien, zoals sommige criminologen stellen. Zulke stereotypering blokkeert een effectieve aanpak. Ook politie en justitie in Europa zijn hier niet vrij van. In 2013 nam de politie in Ierland en Griekenland enkele blonde meisjes met blauwe ogen van Roma weg, omdat zij geen Roma kónden zijn. Politie en internationale media opperden dat Romabendes ze hadden gekidnapt. DNA-tests werden afgenomen, en die wezen anders uit: dit waren ‘gewoon’ Romakinderen. Er was niets verdachts, behalve de verdachtmaking zelf. In Napels leidden aantijgingen van kinderdiefstal er in 2008 toe dat buurtbewoners een heel Romakamp platbrandden, zonder dat de politie ertegen optrad. En kortgeleden, op het EK Voetbal, keek de politie toe terwijl Engelse supporters bedelende Romakinderen lieten vechten en bierdrinken in ruil voor kleingeld. Dit roept de vraag waar de bescherming van Romakinderen begint en ophoudt.

2. Stop het hypocriete beleid ten aanzien van Roma

Op aandringen van Brussel hebben alle EU-lidstaten in 2011 ‘Roma-integratie strategieën’ opgesteld. Maar veel lidstaten doen in de praktijk weinig of beletten Roma zelfs te ‘integreren’. Zo huisvest Italië de armste Roma stelselmatig in ‘nomadenkampen’ die geregeld worden gebulldozerd om, cynisch genoeg, ‘hun nomadenbestaan te beschermen’. Schoolbusjes halen de kinderen uit zulke kampen op, maar zetten ze na schooltijd weer buiten de maatschappij af, in het kamp. Al jong worden veel van deze kinderen uitgebuit op de arbeidsmarkt en zodra ze meerderjarig zijn, zijn hun maatschappelijke kansen nihil. Zo belandden ze vaak in de informele sector, prostitutie en criminaliteit.

Griekenland, Tsjechië, Kroatië en Hongarije plaatsen Romakinderen in aparte klassen op school

Tegelijk blijven Frankrijk, Italië en Spanje Romamigranten uitzetten die EU-burgers uit nieuwe lidstaten zijn. Brussel treedt niet op en gedoogt zo de schending van EU-recht. Ernstig is wat nu in Spanje gebeurt, ook in Barcelona waar de verdachten zijn opgepakt. Omdat de kinderen van Romamigranten het risico lopen buiten onderwijs en gezondheidszorg te vallen, nemen Spaanse autoriteiten ze ‘uit voorzorg’ bij hun ouders weg, zonder tussenkomst van een rechter. Daarna stellen de autoriteiten de ouders voor de keus: ze kunnen hun kinderen terugkrijgen, maar alleen als ze meewerken aan hun ‘vrijwillige’ terugkeer naar Oost-Europa. Zonder de aanpak van dit soort ernstige misstanden, regelmatig met EU-geld bekostigd, ligt voor veel Romakinderen geen humaner leven in het verschiet.

3. Treed op tegen de schending van de rechten van Romakinderen

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft zich meermalen uitgesproken tegen de stelselmatige plaatsing van Roma in aparte scholen en klassen in landen als Griekenland, Tsjechië, Kroatië en Hongarije. Toch gaan deze landen hiermee door. Ook wijzen mensenrechtenorganisaties erop dat met name Kosovo en Servië voor Roma niet veilig zijn. Toch blijft vooral Duitsland hardhandig Roma uitzetten die al tijdens de Joegoslavische oorlogen asiel kregen. Romakinderen die in Duitsland zijn opgegroeid en naar school gegaan, worden na uitzetting aan hun lot overgelaten en raken van de regen in de drup. Onder de druk van de vluchtelingencrisis doet Duitsland nu ook nieuwe asielaanvragen van Roma uit Balkanlanden bij voorbaat af als ‘ongegrond’. In Beieren zijn twee aparte centra ingericht om hen versneld uit te zetten.

4. Zie Roma niet als veiligheidsprobleem

De genoemde voorbeelden tonen dat Roma in veel opzichten ongewenst zijn en vaak als veiligheidsprobleem voor de openbare orde en publieke voorzieningen worden gezien. Politie en justitie kunnen echter niet het laatste woord hebben in wat gaande is rondom Roma. Er is een cruciale rol weggelegd voor de politiek die niet alleen de symptomen, maar vooral de oorzaken moet aanpakken. Nederland zet de laatste jaren eenzijdig in op de aanpak van de uitbuiting van Romakinderen. Die aanpak is belangrijk, maar te kort door de bocht zonder ook de cruciale rol van stigmatisering, institutioneel racisme jegens Roma, misbruik van EU-geld, schendingen van de rechten van kinderen en de armoede van de Roma in Europa te bestrijden.

Huub van Baar is universitair docent politieke wetenschappen en verbonden aan de universiteiten van Giessen (Duitsland) en Amsterdam.