Commentaar

Halve zetel in de Veiligheidsraadis een bewijs van de verdeeldheid van de Europese Unie

Makkelijk ging het niet, maar ‘we’ zitten er in. Dat wil zeggen: voor de helft. Nederland is vanaf 1 januari 2018 een jaar lang lid van de VN Veiligheidsraad. De inzet was een volle periode van twee jaar, maar toen bij de stemming door de 193 lidstaten van de Verenigde Naties Nederland en medekandidaat Italië elkaar in evenwicht hielden, besloten beide landen tot een klassiek compromis. Zowel Nederland als Italië zullen elk een jaar op zich nemen van de tweejaarlijkse periode.

Zo kan het dus ook. Men zou haast denken: had dat niet eerder kunnen worden bedacht? Dan hadden de landen zich een tijdrovende verkiezingscampagne – Nederland begon vier jaar geleden al – kunnen besparen. Een campagne die toch al zo ingewikkeld was omdat Italië, Nederland en Zweden, gedrieën in de race voor twee vrijkomende Veiligheidsraadzetels, zo weinig van elkaar verschillen.

Vandaar ook dat de andere landen geen bezwaar maakten toen Nederland en Italië na vijf stemrondes die onbeslist eindigden met het voorstel kwamen het tijdelijke lidmaatschap te delen.

Het compromis voorkwam in elk geval een zich over weken uitstrekkende stemming met elke keer weer opnieuw het ritueel van biljetten die moesten worden ingevuld, opgehaald en geteld. In 1979, toen het tussen Columbia en Cuba ging, had na 154 stemrondes nog steeds geen van de twee kandidaten de benodigde tweederde meerderheid.

De zetel belandde toen uiteindelijk bij Mexico dat zich als compromiskandidaat had gemeld. De ‘twee-honden-en-het-been’ uitkomst had Italië en Nederland ook kunnen overkomen.

Premier Rutte noemde de oplossing „een perfect voorbeeld van Europese samenwerking”. Het is een uitleg. Maar eerder kan de gang van zaken waarbij drie landen, allen lid van de EU, elkaar bevechten juist worden beschouwd als een perfect voorbeeld van een gebrek aan Europese samenwerking.

Want als EU-lidstaten niet eens met een gemeenschappelijke kandidaat kunnen komen voor een tijdelijke zetel in de Veiligheidsraad, hoe staat het dan met de rest van het gemeenschappelijk buitenlands beleid? Inderdaad, dat wordt veel gepredikt maar weinig beleden.

Maar goed, Nederland speelt dus vanaf 1 januari 2018 een jaar mee in de eredivisie van de wereldpolitiek. Het aandeel zal bescheiden zijn in het anachronistische gremium, waar nog altijd de vijf permanente leden met hun vetomacht de dienst uitmaken. Toch is toe te juichen dat het zo van het buitenland afhankelijke Nederland deze rol voor even krijgt toebedeeld.