Reservoir DogsCanvas, 23.05-0.40u.

(Quentin Tarantino, 1992). Tarantino’s eerste film werd vrijwel meteen herkend als moderne klassieker. Alle Tarantino-kenmerken zitten erin: het gebruik van vergeten popliedjes (hier onder meer Little Green Bag van George Baker), verwijzingen naar andere films en popcultuur, verrassende casting, veel geweld (de zogenaamde ‘nouvelle violence’), sterke, humoristische dialogen en een vertelvorm die afwijkt van de standaard-Hollywoodfilm. In Reservoir Dogs zien we bijvoorbeeld alleen de nasleep van een overval die is misgegaan. Om veiligheidsredenen kent alleen de grote man achter het plan de identiteit van de leden van de gelegenheidsbende. Hij bedacht schuilnamen voor ze. Iedereen heet naar een kleur en er wordt direct gekibbeld. Mr. Pink is ontevreden en wil dolgraag een andere kleur. In een ingenieuze flashback-structuur introduceert Tarantino de mannen om de beurt nader door ze in hun nabije verleden te laten zien. Dankzij die zorgvuldig toegediende beetjes extra kennis verschuift hij telkens het perspectief van zijn film en de herkenbaar dagelijkse maar tegelijk ook absurdistische dialogen krijgen steeds meer betekenis.