Recensie

Festival is ook zonder Jansen van het hoogste niveau

Janine Jansen neemt afscheid als artistiek leider en maakt zich zorgen nu de gemeente Utrecht subsidie afwijst.

Janine Jansen is voor de laatste keer artistiek leider van het IKFU

Woensdag opende Janine Jansen voor de laatste keer als artistiek leider haar Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht (IKFU). Een opvolger is al gevonden: celliste Harriet Krijgh (25). Maar voor de violiste is het geen afscheid zonder zorgen. De Advies Commissie Cultuurnota van Utrecht adviseerde om het IKFU voor de periode 2017 tot 2020 geen subsidie toe te kennen. Volgens de commissie werd ze pas kort voor de aankondiging van Jansens vertrek op de hoogte gesteld. De aanvraag, waarin werd ingezet op 70.000 euro per jaar, was op zoveel punten achterhaald, dat de commissie niet tot een afgewogen oordeel kon komen. Het festival zou onlosmakelijk verweven zijn met Jansens talent en uitstraling. Jansen sprak in de Volkskrant van een klap in haar gezicht. „Het zou triest zijn als alles nu ophoudt.”

Op het openingsconcert was van de donkere subsidiewolk weinig te merken; TivoliVredenburg-directeur Frans Vreeke, die het openingswoord op zich nam, repte er niet over. Het was een klassieke IKFU-avond, met hits (Mendelssohns Eerste pianotrio) en verrassingen (Ervin Schulhoffs Sextet, weergaloos gespeeld), uitgevoerd door wereldsterren als cellist Steven Isserlis, klarinettist Martin Fröst en tenor Ian Bostridge. En Jansen zelf, natuurlijk: de ster die zoveel licht geeft dat het publiek blind raakt voor de andere grootheden.

De cultuurcommissie heeft een punt als ze zegt dat het festival om Jansen draait – zij is de spil, de musici met wie ze optreedt, komen uit haar vriendenkring en netwerk. Maar zelfs als zij zelf niet zou optreden is het een kamermuziekfestival van het hoogste niveau, misschien wel het beste dat er in Nederland is.

Al blijft het een festival waar musici in veel verschillende samenstellingen spelen, vaak is er weinig repetitietijd, dan zijn er ook mindere successen. Zo klonk het Strijkkwartet van Ravel, donderdag in de Geertekerk en met Jansen als primarius, als een adolescent die de rebellie voorbij is, maar zijn stem nog moet vinden; transparant maar een tikkeltje timide. De bijdrage van Bostridge, te horen in werk van Ralph Vaughan-Williams, viel tegen. Het is niet moeilijk te bedenken waarom hij bewonderaars heeft: zijn timbre is uniek. Jammer is dat bij hem klankeffect boven voordracht lijkt te gaan; het is soms nauwelijks te verstaan wat hij zingt omdat hij per woord met dynamiek speelt. Steeds ook dat uitgestelde vibrato op de slotnoten: dat gaat vermoeien.

In september verwacht Utrecht een besluit te nemen over de subsidie. Het festival duurt tot zondag en wordt afgesloten met Mendelssohns Octet – met Jansen én Krijgh.

Klassiek