Column

Denk’s dode kat

Waarom werkt het ene nieuwsfeit als een vonk in een plas benzine, terwijl een vergelijkbaar feit met een sisser afloopt? Het was een mooie scoop van NRC, over de verdachte deals van Denk-voorzitter Selçuk Öztürk, een kwestie die het nieuws nog lange tijd had kunnen domineren. Maar wie heeft het er nog over?

Eén ding is duidelijk: de media gaan waar het gesprek van de dag gaat. Kun je dat als belanghebbende manipuleren? Ja. En hoewel we niet kunnen weten hoe het anders zou zijn gegaan, ziet het ernaar uit dat Denk dat met succes gedaan heeft.

Men noemt het de dead cat strategy.

De Britse verkiezingscampagne van 2015 was tien dagen onderweg toen de Tory-minister van Defensie, Michael Fallon, een keiharde aanval lanceerde op Labour-lijsttrekker Ed Miliband. Ter wille van een deal met de Schotse Nationale Partij zou Miliband van plan zijn ‘Trident’ te schrappen, het Britse nucleaire programma. „Miliband stak zijn eigen broer een dolk in de rug om leider van Labour te worden, en om premier te worden steekt hij nu het land een dolk in de rug”, sprak Fallon in de Times.

Het was volledig uit de lucht gegrepen, Fallon werd beticht van vuil spel en zijn brute tackle zou de Tories zetels kosten, was de verwachting. Maar het liep anders.

De man achter deze manoeuvre was Lynton Crosby, een campagnestrateeg die sinds hij John Howard tot twee maal toe premier van Australië wist te maken, de bijnaam Wizard of Oz draagt. Crosby is ook een fervent aanhanger van de zogeheten dogwhistle-tactiek: zorgen dat iets gehoord wordt zonder het te zeggen.Zijn Tory-slogan van 2005: ‘Are you thinking what we’re thinking?’ Tijdens de Brexit-campagne fluisterde hij Boris Johnson in dat Barack Obama voor ‘Remain’ was vanwege diens „voorouderlijke wrok jegens van het Britse Rijk” en zijn „deels Keniaanse afkomst”.

Dit terzijde – wij hadden het over een andere signature move van Crosby: de dead cat strategy. Stel, tijdens een diner neemt het gesprek een verkeerde wending. Wat doe je dan? Je kunt proberen een ander onderwerp aan te snijden, maar daar moet je handig in zijn, het kan mislukken of het duurt te lang en het ongewenste gesprek gaat maar door.

Waarvan weet je absoluut zeker dat het onmiddellijk werkt? Je gooit een dode kat op tafel. Iedereen is geschokt, men denkt dat je gek bent, je kunt een blauw oog oplopen, maar één ding staat vast: het gesprek gaat alleen nog over die dode kat. Relevantie is betrekkelijk: het ene moment is een dode kat het meest irrelevante dat je zou kunnen bedenken, het volgende moment is hij het enige dat bestaat.

Zo ging het met Fallons aanval op Miliband. Labour lag voor in de polls, Miliband domineerde de berichtgeving met zijn plannen om belastingontduiking door het grootbedrijf aan te pakken, een thema dat aansloeg. Een dag na Fallons interview ging het campagnenieuws nog maar over één ding: het schandaal van die laaghartige aanval en of Miliband nu wel of geen plannen had om Trident te schrappen. De Tories wonnen.

Het is exact wat Denk deed: in dit geval nog vóór het gesprek een pijnlijke wending nam, gooiden zij een dode kat op tafel. Iedereen praatte over dat bizarre Denk-videootje, (‘de media zijn leugenachtig’) en toen de NRC-scoop over Selçuk Öztürk kwam zei iedereen: „Aha, dáár gaat dit over! Logisch dat Denk geen vertrouwen in de media heeft, ze zijn tegen de lamp gelopen!” Toch beter dan: „Heb je dat gelezen, die gast is corrupt!”

De Denk-strategie had één zwak punt: de gesprekswending die zij wilden verijdelen had nog niet plaatsgevonden toen zij met hun video kwamen. Wie weet, als NRC twee of drie weken had gewacht met de onthulling over Öztürk, was Denk’s dode kat de geschiedenis ingegaan als een curieus, ongerijmd incident, en hadden zij alsnog iets anders moeten verzinnen.

Maar zo denken journalisten niet, en terecht.