Recensie

De solide composities van Van de Velde

In zijn tijd was schilder Adriaen van de Velde een wonderkind. Op twee exposities zie je waarom.

Adriaen van de Velde, Het strand bij Scheveningen (1658). Collectie Gemäldegalerie Kassel

Een curieus onderdeel van de productie van de 17de-eeuwse schilder Adriaen van de Velde wordt gevormd door religieuze voorstellingen. Hij staat immers vooral bekend om zijn betrekkelijk kleine Hollandse en Italianiserende landschappen, waarvan een ruime keuze nu wordt getoond in het Rijksmuseum. Een 128 cm hoog doek met de Bijbelse voorstelling van de Verkondiging aan Maria (1667) is daar dus, in afmetingen, thematiek, en ook stijl van schilderen, een vreemde eend in de bijt

De taferelen met herders en boeren, jagers en vissers in de buitenlucht bevestigen de status van wonderkind die de jonggestorven Van de Velde (1636-1676) in zijn tijd werd toebedeeld, en de hoge waardering die nog in de negentiende eeuw bestond voor zijn werk. De schilder raakte daarna enigszins in vergetelheid, zodat pas nu voor het eerst een monografische expositie aan hem wordt gewijd. Daar wordt duidelijk hoe goed hij was in het weergeven van landschappen met soms uiterst gedetailleerd geschilderd vee en vegetatie. Hij beheerste atmosferische effecten en kraakhelder blauwe luchten tot in de finesses. Onderhoudend zijn zijn schilderijen in motieven als een rugfiguurtje op het Scheveningse strand; met de handen op de rug en zijn blote voeten in de branding staat de man zo te zien prinsheerlijk over de Noordzee uit te kijken.

Een aspect van de schilderijen dat op het eerste oog minder opvalt is de zorgvuldige voorbereiding die Van de Velde gaf aan zijn goed met mens en dier gevulde en solide opgebouwde composities. De tentoonstelling maakt deze aandachtige manier van werken mooi duidelijk door voorbereidende tekeningen op te hangen naast de betreffende schilderijen. Zo worden de verschillende ontwerpstadia duidelijk, van een snel met pen en inkt opgezette compositieschets van een herderstafereel met koeien en schapen, tot naakte figuurstudies en prachtig uitgewerkte tekeningen in rood krijt.

De catalogus maakt geen geheim van de ongewone religieuze schilderijen in zijn oeuvre. Hoewel in de beschrijving van de Verkondiging nog wel waardering doorklinkt voor de figuur van de zittende Maagd Maria, wordt wat lacherig gesproken van wolken die lijken op „de bruingrijze rook van een vuur van vochtig hout”, en over de engel die in plaats van goddelijk licht uit te stralen, zelf een slagschaduw werpt.

Toch hebben dergelijke werken een zekere charme, al was het maar als documenten van katholiek leven in de protestantse Gouden Eeuw. In het Amsterdamse Museum Ons’ Lieve Heer op Solder zijn sinds kort vijf schilderijen van Van de Velde te zien met voorstellingen van het lijden van Christus. Scènes als de Kruisdraging en de pas gerestaureerde Doornenkroning tonen atypisch grote figuren en klassieke architectuurmotieven, in een wat gebrekkige stijl die de hand van een ateliermedewerker doet vermoeden. Ze zijn in 1664 gemaakt voor de katholieke huiskerk die het museum bevat en waar drie kinderen van Van de Velde en zijn vrouw zijn gedoopt. Al in 1670 zijn ze naar elders verhuisd, en pas in de jaren 1990 werd ontdekt wat hun oorspronkelijke plaats was, waarnaar ze nu weer zijn teruggekeerd.