Commentaar

Bouterse verdient een proces

Of de ‘Decembermoorden’ bloedschuld (‘mekunu’) over Paramaribo hebben gebracht, vraagt een van de personages in de roman Was getekend (1998) van P.C.Hooftprijs winnares Astrid Roemer. Het antwoord luidt: „Dat weten we pas als de bevelhebber alles uit de doeken doet. Alles. (...)” De werkelijkheid in Suriname lijkt vandaag sterk op die in Roemers roman. Nog altijd wacht Paramaribo erop dat de toenmalige bevelhebber, tegenwoordig president, Desi Bouterse, alles uit de doeken doet over de standrechtelijke executie van vijftien critici van het militaire bewind op 8 december 1982. De overigens democratisch gekozen Bouterse geldt, met 25 medeplichtigen, als verdachte in bijna tien jaar slepend proces.

De president, in Nederland veroordeeld wegens drugshandel, wil een proces letterlijk uit alle macht voorkomen. Dat blijkt nu weer. In 2012 blokkeerde hij de rechtsgang via een amnestiewet die hem en zijn medeverdachten buiten vervolging moest stellen. Maar in december besloot het Hof van Justitie, de hoogste rechter van Suriname, dat het lopende proces alsnog moest worden voortgezet. En deze donderdag zou de auditeur militair bij de Krijgsraad in Paramaribo zijn requisitoir houden.

Opnieuw heeft Bouterse echter ingegrepen: ditmaal met een aan het Openbaar Ministerie gericht bevel het proces stil te leggen met een beroep op mogelijke gevaren voor de staatsveiligheid. Cynisch voor iemand die zelf weinig respect toont voor de rechtsstaat. De auditeur militair legde het bevel om de strafvervolging te staken naast zich neer. En hij liet het besluit over de voortgang van het strafproces over aan de Krijgsraad. Die heeft de procedure nu tot nader order geschorst.

Binnen de gegeven context – Bouterse beschikt over een privé-legertje – was het optreden van de auditeur militair moedig. Net zoals het van moed getuigt van de rechterlijke macht dat deze in weerwil van intimidaties het ‘decembermoordenproces’ wil doorzetten. Of dat lukt, valt nu dus zeer te betwijfelen.

Donderdag werd immers weer duidelijk dat de rechtsstaat in Suriname net zo fictief is als de werkelijkheid in de romans van Astrid Roemer. Het blijft daarom van belang dat alle democratische krachten in Suriname worden gesteund in hun streven een einde te maken aan deze toestand. Nederland draagt gezien zijn historische betrokkenheid bij het land een bijzondere verantwoordelijkheid voor Suriname. Daarom ligt het op de weg van de regering om de druk op Bouterse op te voeren, net als in 2012 na de uitvaardiging van de omstreden amnestiewet. De samenleving in Suriname moet weten dat zij niet aan haar lot wordt overgelaten.