Dutchbatveteranen stellen Staat collectief aansprakelijk voor ‘onherstelbare schade’

Twaalf Dutchbat-veteranen willen de Staat aansprakelijk stellen voor „onherstelbare schade op sociaal, emotioneel en financieel gebied”. Dat heeft hun advocaat Michael Ruperti donderdag bekendgemaakt. Zij spannen de zaak aan naar aanleiding van de uitspraak van minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) op Veteranendag, afgelopen zaterdag, dat de missie in Bosnië „eigenlijk onuitvoerbaar was”.

Verschillende onderzoeken naar de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995 hadden dit al aangetoond. Het ministerie van Defensie zegt dat Hennis’ speech gebaseerd was op de conclusies van het NIOD-rapport over Srebrenica. Toenmalig minister Henk Kamp (VVD) zei in 2003 in de Tweede Kamer ook al dat Dutchbatters waren „opgezadeld met een onuitvoerbare opdracht”.

De Staat is door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste ambtenarenrechter, in 2013 aansprakelijk gesteld voor schade bij een Dutchbat III-veteraan. Afgelopen december deed de Raad een vergelijkbare uitspraak in de zaak van een Libanonveteraan. Inmiddels liggen er nu bijna vijfhonderd schadeclaims van veteranen, die Defensie allemaal individueel wil beoordelen.

Defensie heeft de nieuwe claim nog niet binnen en wil daarom niet zeggen of deze mogelijk tot meer schadevergoedingen leidt. Advocaat Ruperti denkt dat er eerst een gesprek met het ministerie komt voordat hij een dagvaarding verstuurt. Volgens hem hebben sommige van de twaalf Dutchbatters voorheen al regelingen met Defensie getroffen over schade of invaliditeit. Ruperti: „Eerdere juridische uitspraken zijn van de ambtenarenrechter en hebben alleen betrekking op individuen. Wij beginnen een civielrechtelijke zaak over gehele aansprakelijkheid, eigenlijk net zoals slachtoffers van Srebrenica dat ook hebben gedaan.”

Drie nabestaanden wonnen hun zaak en kregen in 2015 een schadevergoeding van Defensie.