Bezuiniging geschrapt; ouderen opgelucht

Gezondheidszorg Verpleeghuizen en instellingen voor gehandicapten vreesden ontslagen en slechtere zorg. Toen werd de bezuiniging geschrapt.

foto Niels Blekemolen

Goed nieuws, vorige week: de geplande bezuiniging van een half miljard op verpleeghuizen en gehandicaptenzorg gaat niet door. „Nu het weer beter gaat met Nederland moeten onze ouderen en gehandicapten dat natuurlijk merken”, schreef staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA) aan de Kamer.

Twee jaar eerder stelde het kabinet, in een toelichting op de bezuinigingen, dat die niet ten koste zouden gaan van de cliënten. Dat roept de vraag op wat die bezuinigingen eigenlijk inhielden en wat het voor cliënten en werknemers in de zorg betekent dat ze niet doorgaan.

Allereerst: het gaat hier om een bezuiniging vanaf 2017 op de verpleeghuis- en gehandicaptenzorg. Die staat los van eerdere bezuinigingen van dit kabinet op de zorg voor ouderen en gehandicapten. Zo werd de drempel voor toelating tot een instelling verhoogd: alleen ‘zware gevallen’ kunnen daar nog terecht. Verzorgingshuizen, bestemd voor de lichtere gevallen, nemen geen nieuwe cliënten meer aan en verdwijnen dus in de huidige vorm.

Vanaf 2017 zou dus nog extra worden bezuinigd op de gehandicapten- en verpleeghuiszorg. In een toelichting bij de bezuinigingen in 2014 legde Van Rijn uit waar het geld vandaan moest komen. Vermindering van de ‘administratieve lastendruk’ zou een hoop opleveren, verder moest er goed gekeken worden naar ‘doelmatiger zorgverlening’: minder papierwerk, minder overbodig tijdrovende zorgverlening. Bovendien verwachtte Van Rijn dat het tegengaan van regionale verschillen in indicatiestelling (op hoeveel zorg een patiënt recht heeft), tarieven en zorggebruik veel kon opleveren.

Dit laatste betwistte de Algemene Rekenkamer, die vorig jaar onderzoek publiceerde naar regionale verschillen in de langdurige zorg. Volgens de Rekenkamer was de bezuiniging van 500 miljoen „onvoldoende onderbouwd”.

Grenzen aan mantelzorg

In de sector zelf rekenden ze op kleinere budgetten en, als gevolg daarvan, minder banen. Actiz, de branchevereniging voor langdurige zorg, voorspelde het ontslag van 10.000 medewerkers, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) ging uit van 3.500 verloren arbeidsplaatsen.

Die extra bezuiniging zou de verpleeghuizen „echt kwaad doen”, zegt Jan de Vries, directeur van Actiz. „We zijn de afgelopen tijd al veel doelmatiger gaan werken. Doordat de afgelopen jaren verzorgingshuizen werden gesloten, hebben we al 37.000 mensen moeten ontslaan. We zijn meer gaan werken met vrijwilligers en mantelzorgers, maar daar zijn wel grenzen aan. Professionals blijven hard nodig.”

Meer ontslagen zouden onvermijdelijk invloed hebben op de kwaliteit van de zorg, zegt hij. „Er is dan minder aandacht voor de bewoners. Zorgmedewerkers moeten zich wegens tijdgebrek concentreren op de zorg, waardoor er voor de dingen eromheen – zoals een praatje maken – minder tijd is.”

Ook de VGN vreesde dat de kwaliteit van de zorg zou lijden onder de geplande bezuiniging. „Bij eerdere bezuinigingen konden we nog oplossingen vinden door zaken anders te organiseren”, zegt directeur Frank Bluiminck. „We konden bijvoorbeeld de overhead verminderen door managementlagen eruit te gooien en meer zelfsturende teams te maken. Maar deze nieuwe bezuiniging zou direct ingrijpen in het leven van de cliënten. We hadden locaties kunnen samenvoegen, maar dan zouden cliënten te maken krijgen met nieuwe reis- en mobiliteitsvraagstukken. Bij de dagbesteding zouden bezuinigingen geleid hebben tot grotere groepen, met als gevolg minder aandacht voor de mensen met een beperking.”

Op tijd geschrapt

Hoe gingen de instellingen om met de naderende bezuiniging? In een debat met Van Rijn, afgelopen maart, stelden Kamerleden Fleur Agema (PVV) en Renske Leijten (SP) dat er nu al geen nieuwe mensen meer werden aangenomen in de verpleeghuis- en gehandicaptenzorg.

Actiz en VGN hebben hier niets van gehoord. „De zorginkoop vindt pas dit najaar plaats, dus het schrappen van de bezuiniging komt gelukkig op tijd”, zegt Jan de Vries. „Wij hebben alle energie ingezet op het van tafel krijgen van de plannen in plaats van op het voorsorteren op de bezuinigingen.”

De vraag rest: wat gebeurt er met de doelstellingen van het kabinet nu de bezuiniging niet doorgaat? Doelmatiger zorgverlening en vermindering van de lastendruk zijn nu onnodig?

Met een deel van de plannen is de staatssecretaris nog steeds bezig, zegt een woordvoerder van Van Rijn. Het terugdringen van regionale verschillen is volgens hem niet meer aan de orde, maar over vermindering van de lastendruk werd onlangs nog een brief naar de Kamer gestuurd. „Er wordt alleen geen prijskaartje meer aan gehangen.”