Asscher wees regeling oorlogsgetroffenen af

Interne stukken weerspreken wat de minister tegen de Kamer zei.

foto anp

Lodewijk Asscher wees begin 2014 voorstellen af om alle oorlogsgetroffenen in het buitenland te vrijwaren van een verlaging van hun AOW-uitkering. Dat blijkt uit een ‘vertrouwelijke beslisnotitie’, die in handen is van NRC.

Vorige week benadrukte de minister van Sociale Zaken (PvdA) in de Tweede Kamer juist dat hij oorlogsgetroffenen had willen ontzien – Asscher moest zich toen verantwoorden voor zijn besluit om tientallen AOW’ers in door Israël bezet gebied in strijd met de wet een hogere uitkering te geven dan waar ze recht op hebben. Onder hen zijn wettelijk erkende oorlogsgetroffenen.

Nu blijkt dat de vicepremier destijds ambtelijke voorstellen afwees die zich specifiek op oorlogsgetroffenen met een AOW richtten. In plaats daarvan gaf Asscher opdracht een uitzonderingspositie te creëren voor alle AOW’ers in de door Israël bezette gebieden, oorlogsgetroffene of niet. Hoewel bekend was dat oorlogsgetroffenen met AOW elders ter wereld niet van deze regeling konden profiteren, werd voor hen niets geregeld.

Het doel was alleen een uitzondering te maken voor door Israël bezet gebied, blijkt duidelijk uit interne documenten. Uit deze stukken blijkt ook dat opeenvolgende bewindslieden jarenlang druk voelden van een lobby van betrokkenen en de Israëlische regering.

Sinds 2006 bepaalt de wet dat uitkeringen van AOW’ers worden verlaagd als de ontvangers niet wonen in een land waarmee een verdrag over sociale zekerheid is gesloten. Dit moet controle op rechtmatige uitbetaling van uitkeringen garanderen.

Nederland heeft zo’n verdrag met Israël, maar dat geldt niet voor de bezette gebieden, omdat Nederland de soevereiniteit van Israël daar niet erkent. Toch zochten voorgangers van Asscher vanaf 2004 al naar manieren om zonder publiciteit of medeweten van de Kamer AOW’ers in door Israël bezet gebied volledig te kunnen uitbetalen. De zoektocht naar een rechtsgrond bleef tien jaar vruchteloos.

Desondanks is het overgrote deel van AOW-uitkeringen in deze gebieden niet door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) verlaagd. Dat gebeurde volgens het ministerie van Sociale Zaken omdat de uitkeringsgerechtigden hadden opgegeven dat ze in Israël woonden.

Toen de SVB in 2013 ontdekte dat het in strijd met de wet uitkeerde, wilde de uitvoeringsorganisatie de betrokkenen alsnog korten – dat gebeurt altijd bij een te hoge uitbetaling. Maar Asscher gaf begin 2014 na overleg met premier Rutte en minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) opdracht door te gaan met het volledig betalen van AOW in door Israël bezet gebied.

Nadat NRC hierover had bericht, moest Asscher vorige week in de Kamer verantwoording afleggen. De minister zei toen: „Oorlogsgetroffenen zouden niet op die manier met een korting geconfronteerd moeten worden. Dat was mijn belangrijkste richtsnoer toen ik dit dossier op mijn bureau kreeg en dat is het nog.”

Dat leidde toen echter niet tot een regeling voor die groep. In de vertrouwelijke notitie gaven ambtenaren negatieve adviezen over een regeling om oorlogsgetroffenen te compenseren voor korting op hun AOW. Zij waarschuwden dat zo’n regeling „risico op publiciteit” gaf. Daardoor zouden mogelijk ook oorlogsgetroffenen op andere plekken dan in door Israël bezet gebied gecompenseerd willen worden. Zo zouden „enkele duizenden” oorlogsgetroffenen in Nederland zich kunnen roeren. Dat zou „majeure financiële consequenties” hebben.

Een ander belangrijk bezwaar was dat die regeling niet voor iedereen in door Israël bezet gebied zou gelden. AOW’ers zonder oorlogsverleden, zouden dan alsnog volgens de wet moeten worden gekort. En precies dat wilde het kabinet voorkomen.

Na afstemming met Rutte en Timmermans besloot Asscher dan ook om geen regeling voor oorlogsgetroffenen te maken. Hij creëerde een regeling voor de door Israël bezette gebieden. Voor oorlogsgetroffenen werd pas anderhalf jaar later, en op aandringen van de Kamer, iets geregeld.

    • Leonie van Nieropen Derk Stokmans