Amsterdamse School zit nu in school

Museum Het Schip is grootscheeps verbouwd. Het laat nu alleen de Amsterdamse School zien, maar de ambities reiken verder.

Museum Het Schip geeft aan de hand van meubels, huisraad, tekeningen, foto’s, films en interactieve computeranimaties een compleet beeld van de Amsterdamse School.Foto’s Walter Herfst

Museum Het Schip begon bescheiden in 2001 in het voormalige, schitterende postkantoor in Het Schip, het beroemdste en uitbundigste arbeiderspaleis van de Amsterdamse School. Drie jaar later volgde een museumwoning in het door Michel de Klerk ontworpen woningblok in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. In 2005 kwam er een museumtuin met brievenbussen, lantaarnpalen en andere straatmeubilair van Amsterdamse-Schoolontwerpers. En vandaag opent de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan de nieuwe, grote uitbreiding die is gevestigd in een voormalig schoolgebouw uit 1913 waar het gebouw Het Schip in de jaren 1918-1920 overheen is gebouwd.

Met deze verbouwing nu een volwaardig en middelgroot museum geworden dat aan de hand van een groot aantal meubels, huisraad, tekeningen, foto’s, films, interactieve computeranimaties een compleet beeld geeft van de Amsterdamse School, de expressionistische bouw- en vormgevingsstijl die precies honderd jaar geleden zijn naam kreeg.

„De belangstelling voor de Amsterdamse School neemt nog steeds toe”, vertelt museumdirecteur Alice Roegholt. „Elk jaar krijgen we duizenden bezoekers meer. Vorig jaar waren het er 25.000.” De uitbreiding is grotendeels gefinancierd met geld van cultuurfondsen. „Maar om het helemaal en op tijd rond te krijgen, hebben we een lening moeten afsluiten.”

Op de begane grond van het verbouwde schoolgebouw zijn nu een winkel, een lunchroom en een zaal voor lezingen gevestigd. Buiten is op het binnenterrein van het Schip van het vroegere schoolplein de museumtuin gemaakt, waar nu onder meer een bushalte en een krul (pissoir) staan. Op de eerste etage wordt in zes ruimtes het verhaal van de Amsterdamse School verteld. Dat begint in een donker gangetje, waar foto’s en een filmpje een beeld geven van de 19de-eeuwse woonellende in de toenmalige Amsterdamse volkswijk De Jordaan. Vanuit de duisternis komt de bezoeker in een lichte ruimte die is gewijd aan de de Amsterdamse volkshuisvesting die een eeuw geleden door stadsbestuurders en woningbouwverenigingen op poten werd gezet. Voor de ontwerpen van goede arbeiderswoningen schakelden ze vaak Amsterdamse-Schoolarchitecten als Piet Kramer en Michel de Klerk in die er ware sculpturen van maakten.

„We willen meer zijn dan een museum over de Amsterdamse School”, vertelt Roegholt. „Volgend jaar komt op de bovenste, tweede etage, een tentoonstelling over de Nederlandse volkhuisvesting. Daar bestaat vooral in het buitenland veel belangstelling voor.” In 2018 volgt een tentoonstelling over de Catalaanse architect Antoni Gaudi.