Westbroek vertolkt Salome op imposante wijze

De stem en présence van sopraan Eva-Maria Westbroek zijn van wereldklasse. Foto Hans van den Bogaard

De Nationale Opera, pas tot beste operahuis van 2016 gekozen, haalt sinds kort de bezem door zijn wat glamourarme publieksbeleid. Premières worden nu ook bezocht door BN’ers én er zijn losse (gala-)concerten. Het zijn pogingen het „merk” DNO frisser op de kaart te zetten, al zou het frequenter streamen van voorstellingen naar schermen in de openlucht waarschijnlijk een effectiever methode voor publieksverbreding zijn.

Hoe dan ook vierde de opera een bewogen 50-jarig jubileum. Het culmineerde in het aangekondigde afscheid van artistiek directeur Pierre Audi en sloot af met een sober samengesteld jubileumconcert door sopraan Eva-Maria Westbroek.

Door de afzegging van Jaap van Zweden debuteerde DNO’s chef Marc Albrecht gisteren voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Onwenniger nog dan de combinatie Albrecht en het Rotterdams was de opzet van het concert, dat alles bijeen nauwelijks vijftig minuten duurde.

Westbroek zingt volgend seizoen twee grote rollen bij DNO, in Puccini’s Manon Lescaut en Bergs Wozzeck, en verhitte daarvoor nu vast de gemoederen. De uitgebeende mise-en-espace van Pierre Audi in scènes uit Berlioz’ Les Troyens en Strauss’ Salome (Schlussgesang) was effectief, de keuze Westbroek veel vooraan het podium te laten zingen niet steeds succesvol, en dat de fraai zingende Eva Kroon haar bijrol als zus Anna moest zingen vanuit de orkestbak was ook wel erg dienend.

Gekozen was, duidelijk, voor een volle focus op de schoonheid en kracht van Westbroeks stem en haar compromisloze theatrale présence. Die zijn dan ook van wereldklasse, en de warme kernachtigheid van haar mezza voce is bedwelmend. Maar je had de indruk dat de hier rauw op je dak vallende, hoogdramatische scène Va, ma soeur uit Berlioz’ Troyens voor een deel van de zaal nog imposanter was geweest als ze niet zo dicht op het publiek had hoeven zingen. Ook de chemie tussen het Rotterdams en Albrecht in Berlioz miste nog wat vloeikracht.

Imposant, fascinerend en opwindend facetrijk waren de sluierdansen uit Salome en het Schlussgesang. Het orkest, Albrecht en Westbroek suggereerden effectief sensualiteit, grilligheid en desolate decadentie. Westbroek zong Salome niet eerder (compleet), maar de dramatische impact en de kleur smaakten zeer naar meer.

    • Mischa Spel