Vleugels op de edelstenenmarkt

Barnsteen bevat soms fossielen van insecten, maar nu zijn er ook vogelvleugeltjes van bijna 100 miljoen jaar oud in aangetroffen.

Fossiele vleugel in barnsteen. Uitvergroot (onder) is te zien hoe mooi de details van de veertjes bewaard zijn gebleven. Foto’s Nature

Nooit bleven 100 miljoen jaar oude vogelvleugels zo goed bewaard als in twee stukjes barnsteen uit Birma. Het zijn vleugeltjes van twee kuikens: het kleinste vleugeltje van de twee is minder dan 1,5 centimeter lang. Er zijn donsveertjes te zien die aan de huid vastzaten, de dekveren en slagpennen (vliegveren) en een bescheiden kleurenpatroon: met lichte randen en een vlekje op verder donkerbruine veren.

De Chinese paleontoloog Lida Xing publiceerde haar vondst dinsdag in Nature Communications, samen met Chinese en Canadese collega’s. Alle andere fossielen van hele vleugels uit de periode zijn afdrukken, zoals bij de beroemde Archaeopteryx-fossielen. In barnsteen (gestolde boomhars) blijven details, zelfs van zacht weefsel, veel beter bewaard. Maar tot nu toe waren er uit barnsteen uit het Krijt (145-66 miljoen jaar geleden) alleen losse veren bekend.

De twee vogeltjes, 99 miljoen jaar oud, behoren volgens Xing waarschijnlijk beide tot dezelfde soort. In het Midden-Krijt leefden er, tegelijk met dinosaurussen, al veel vogels die er modern uitzagen, afgezien van de tanden in hun snavels en klauwtjes aan hun vleugels. Een grote groep daarvan, de Enantiornithes, stierf tegelijk met de dino’s uit. De twee kuikens behoorden tot die groep. Ze zijn misschien in de boomhars vastgeplakt en gestorven, al kan het ook zijn dat er losse vleugels in de hars belandden nadat ze waren achtergelaten door roofdieren.

De kuikens zitten erg goed in de veren, ook al zijn ze net uit het ei. Dat is nieuw bewijs voor het idee dat kuikens van primitieve vogels zelfstandiger waren dan veel moderne vogels: kuikens van veel zangvogels en roofvogels zijn nog weken of zelfs maanden hulpeloos en moeten door hun ouders gevoed worden.

Lida Xing, van de Universiteit voor Aardwetenschappen in Beijing, vond de gepolijste klompjes barnsteen op een commerciële markt in Birma.

Het barnsteen uit het Hukawng-dal in het noorden van Birma trekt sinds vijftien jaar sterk de aandacht van paleontologen. Het Birmese barnsteen is erg oud: veruit het meeste barnsteen dateert van ná het Krijt. Bovendien is het Birmese barnsteen, waarschijnlijk door zijn oorsprong in een warm klimaat, heel rijk aan fossielen. Vooral allerlei insecten en spinachtigen worden erin gevonden, maar ook planten en – soms – gewervelden.

Na de Birmese onafhankelijkheid in 1947 lag de barnsteenwinning – en de wetenschappelijke aandacht ervoor – lang stil. Maar inmiddels is er veel vraag naar barnsteen, voor de Chinese edelstenenmarkt. De stenen die paleontologen kopen, zijn dus vaak al bewerkt voor sieraden. Dat gebeurde ook met deze twee stenen van 2 en 5 centimeter lang.

    • Hester van Santen