Veteranen Dutchbat starten rechtszaak tegen de Staat

De militairen van Dutchbat III dienden in 1995 in Srebrenica. Ze vinden dat ze op een “onmogelijke missie” zijn gestuurd.

Foto Vincent Jannink/ ANP

Twaalf voormalig militairen die in 1995 in Srebrenica hebben gediend stellen de Nederlandse staat aansprakelijk omdat ze op “een onmogelijke missie” zijn gestuurd. Dat laten hun advocaten Michael Ruperti en Klaas Arjen Krikke weten aan persbureau ANP.

De veteranen van Dutchbat III vinden dat de overheid “ernstig nalatig en onzorgvuldig is geweest”. De advocaten zijn vooralsnog telefonisch onbereikbaar voor een toelichting over de te voeren rechtszaak.

Oud-Dutchbatcommandant Thom Karremans steunt het initiatief. Dat heeft zijn advocaat Geert-Jan Knoops donderdag aan het ANP laten weten. Karremans vindt dat er tot nu toe te weinig is gedaan om genoegdoening en eerherstel te geven aan de Nederlandse VN-militairen die in Srebrenica waren gestationeerd. Hij sluit niet uit dat hij in de toekomst zelf ook juridische stappen onderneemt.

Minister Hennis erkent dat de opdracht “onuitvoerbaar was”

Het Nederlandse bataljon Dutchbat kreeg begin jaren negentig de opdracht om in VN-verband de Bosnische enclave Srebenica in het voormalige Joegoslavië te beschermen. Door de opmars van de Servische troepen, onder leiding van generaal Ratko Mladić, vluchten duizenden inwoners van de enclave naar de Nederlandse basis.

De militairen onder leiding van commandant Thom Karremans konden de inwoners niet langer beschermen en verlieten de basis, waarna de Bosnisch-Servische troepen een massaslachting aanrichten. Meer dan 8.000 mannen en jongens werden vermoord. Na deze volkerenmoord kregen de Nederlandse militairen en de overheid veel kritiek omdat ze te weinig zouden hebben gedaan om de massaslachting te voorkomen.

Minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) erkende afgelopen zaterdag tijdens Veteranendag dat de opdracht van de Dutchbatters “reeds op voorhand- onuitvoerbaar was”. Niet eerder sprak het kabinet zo openlijk de steun uit voor de Nederlandse militairen.

Voormalig premier Kok: Nederland politiek medeverantwoordelijk

Na een kritisch rapport van het NIOD over de gebeurtenissen in Srebenica bood toenmalig premier Wim Kok op 16 april 2002 het ontslag aan van zijn kabinet. In een verklaring stelde hij dat de “internationale gemeenschap - en de Nederlandse regering als lid daarvan tekort was geschoten in het bieden van voldoende bescherming” voor de inwoners van de enclave.

Kok voegde daar aan toe dat Nederland “niet de schuld op zich neemt voor de gruwelijke moord op de Bosnische moslims”, maar dat hiermee Nederland zichtbaar maakt dat ze politieke medeverantwoordelijk was voor de situatie waarin dit kon gebeuren.

De rechtbank in Den Haag concludeerde twee jaar geleden dat Nederland aansprakelijk was voor de deportatie van ruim driehonderd mannen in Srebrenica. Nabestaanden hadden de rechtzaak aangespannen. Zij ontvingen een schadevergoeding.

    • Huib de Zeeuw