Gemeente Den Haag en vastgoedontwikkelaars kraken verhuurdersheffing voor corporaties

De verhuurdersheffing die woningcorporaties en particuliere eigenaren sinds 2013 voor elke woning moeten betalen, leidt wel degelijk tot minder nieuwbouw en hogere huren. Dat betoogden vertegenwoordigers van de gemeente Den Haag, de vereniging van projectontwikkelaars (NEPROM), en de Vereniging Vastgoed Belang, de brancheorganisatie van particuliere vastgoedbeleggers woensdag in de Tweede Kamer.

De evaluatie die minister Stef Blok (Wonen, VVD) eerder deze maand naar de Tweede Kamer stuurde, werd tijdens de hoorzitting herhaaldelijk onjuist en een rem op de bouwproductie genoemd. Blok concludeerde daarin dat corporaties er sinds de invoering financieel beter voor staan en meer investeringsruimte hebben.

Volgens de vereniging van projectontwikkelaars is de verhuurdersheffing „een rem op investeringen door commerciële partijen op de sociale woningmarkt”. Voorzitter Jan Kamminga van Vastgoedbelang riep de Kamer op te zorgen voor een „fatsoenlijk investeringsklimaat. Dan is het mogelijk om 20.000 woningen van corporaties te kopen en er nog eens 20.000 bij te bouwen”.

Volgens de Haagse wethouder Joris Wijsmuller kost die heffing de corporaties in zijn stad jaarlijks 50 miljoen euro. „Dat gaat ten koste van woningverbetering, nieuwbouw en energiebesparende maatregelen.

Het Centrum Onderzoek Economie Lagere overheden van de Rijksuniversiteit Groningen (COELO) presenteerde eerder deze maand een evaluatie die was uitgevoerd in opdracht van de Woonbond, de branchevereniging van woningcorporaties en de VNG. Corporaties bouwen juist minder nieuwbouw of hevelen woningen over naar de vrije sector door de huur te verhogen, zo luidde een van de conclusies. Volgens Jacob Veenstra van het COELO is de heffing nauwelijks te verdedigen. De heffing leidt bovendien tot „economische verstoring en het rondpompen van geld”, zo betoogde Veenstra.