Toekomst Nederlands-Belgische samenwerking hangt af van JSF

Dubbelinterview De gezamenlijke missie tegen Islamitische Staat is hét voorbeeld van samenwerking tussen de Nederlandse en Belgische luchtmacht. De opmaat voor een fusie? Daar zijn de commandanten in beide landen nog niet uit. Want alles hangt af van de JSF.

Generaal Luyt (links) en collega-commandant Vansina dinsdag bij de commando-overdracht op luchtmachtbasis Al-Azraq. Foto Belgische ministerie van Defensie

Generaal Dennis Luyt is altijd „een beetje jaloers” als hij troepen bezoekt in missiegebied. Op „die jonge lui die ver weg met een hechte club een hele complexe taak uitvoeren”. Voor hem zit dat avontuur er niet meer in; zeker niet sinds hij eerder deze maand commandant van de luchtmacht werd. Een bezoek aan de troepen in Jordanië deze week was de eerste keer dat hij in die rol een uitzendgebied bezocht; de missie waarin F-16’s Islamitische Staat (IS) bombarderen.

De Nederlandse piloten en zes straaljagers in Jordanië komen deze donderdag naar huis en worden opgevolgd door Belgische collega’s. Daarom bezocht Luyt de militairen deze week samen met zijn Belgische collega-commandant, generaal Frederik Vansina. Net als hij een man die het liefst in zijn vliegtuigoveral tussen de jachtvliegtuigen loopt alsof hij er elk moment weer mee de lucht in kan.

Het optreden hier is een voorbeeld van hoe Nederland en België samenwerken. In een interview met de VRT suggereerde de vorige Nederlandse luchtmachtcommandant dat het een goed idee was om de twee kleine luchtmachten maar helemaal te fuseren tot één middelgrote luchtmacht. Is dat een goed idee?

Luyt: „Dat was nogal een verrassende uitspraak. Samenwerking met de Belgische luchtmacht is heel belangrijk voor ons, vooral waar we samen F-16’s inzetten. Als kleine landen moeten we altijd kijken welke voordelen er te behalen zijn door samenwerking, zowel operationeel als qua kosten besparen. Maar waar dat uiteindelijk toe leidt? Dat moet een natuurlijk proces zijn. We moeten niet krampachtig proberen alles op elkaar af te stemmen.”

Lees ook: Wat deden ‘onze’ F-16’s tegen IS?, een reportage vanaf luchtmachtbasis Al-Azraq.
De twee landen werken ook samen in de beveiliging van het eigen luchtruim, met helikopters, trainingen, oefeningen en luchttransport. Bij de marine heeft intensieve samenwerking geleid tot één marinestaf, met één admiraal in één hoofdkwartier in Den Helder. Zijn de goede samenwerking en dat vertrouwen bij de luchtmacht ook reden om nog een stap verder te gaan, misschien wel tot een fusie?

Luyt: „Er kan heel veel samen. Onze oefeningen, trainingen en toestellen zijn zo goed op elkaar afgestemd dat een Nederlandse vlieger in een Belgisch toestel kan vliegen en andersom. Dat geldt ook voor drie andere Europese landen die de F-16 hebben. Een samenwerking als bij de marine is niet ondenkbaar, maar dan moet je ook de aanschaf van wapensystemen op elkaar afstemmen. Dat wil je niet met al te veel landen doen, want dan krijg je allerlei compromissen die de slagkracht negatief beïnvloeden. Bovendien moet geen enkel land zijn inzet en veiligheid helemaal ophangen aan een ander. Iedereen moet nog op eigen kracht iets op de mat kunnen leggen. Wat betreft onze samenwerking is nu allereerst bepalend wat de Belgen beslissen over de opvolger van de F-16. Wat ons betreft zou het natuurlijk mooi zijn als dat de F-35 is.”

Nederland heeft al gekozen voor dat toestel, dat beter bekend staat als de JSF. België heeft nog vijf fabrikanten in de race voor een politiek besluit dat nog twee jaar kan duren. Hoe cruciaal is die beslissing?

Vansina: „Onze gezamenlijke toekomst hangt ervan af. De dag dat wij niet kiezen voor hetzelfde vliegtuig als Nederland, is de dag dat wij uit elkaar gaan. Het jachtvliegtuig is de ruggengraat van de luchtmacht, daarop bouw je allianties met internationale partners. De keuze die de politiek maakt bepaalt met welk land wij de samenwerking verstevigen. „Onze natuurlijke partners zijn Frankrijk en Nederland. Gezien de twee gemeenschappen in ons land is daar wel discussie over. Maar onze landmacht kijkt sterk naar Frankrijk, dus het is niet uit balans dat wij ons net als de marine op Nederland richten. Nederland heeft het voordeel dat wij qua grootte meer gelijken zijn. Met Nederland is het de verhouding grote broer, kleine broer. Met Frankrijk is het de reus en de dwerg, dan is er meer risico dat je vermorzeld wordt. Overigens voorzie ik geen gemengde bemanningen. Een land moet altijd soeverein blijven in de inzet van zijn eigen mensen en middelen. Het kan niet dat een ander bepaalt waar Belgen worden ingezet.”

Dat Nederland graag wil dat België de JSF koopt, werd ook wel duidelijk in de oproep van de vorige commandant om te fuseren. Hij deed dat met op de achtergrond de nieuwe JSF, die een maand geleden even in Nederland was. Een opzichtige lobbypoging?

Vasina aarzelt: „Iedereen is nu vol aan het lobbyen op dit dossier, maar soms kan zo’n lobby ook niet werken, of zelfs contraproductief zijn.”

    • Emilie van Outeren