Recensie

Perfecte metafoor voor Brexit

Hoewel het alweer bijna een jaar geleden is dat High-Rise zijn wereldpremière beleefde op het filmfestival van Toronto, kon de Nederlandse bioscooprelease van de eerste grote film van de Engelse cultregisseur Ben Wheatley niet op een beter moment komen. De verfilming die hij samen met zijn vaste schrijfpartner en echtgenote Amy Jump maakte van J.G. Ballards dystopische roman uit 1975 laat zich bekijken als een profetie over de chaos en desillusie na het Brexit-referendum. Portisheads cover van Abba’s S.O.S., vorige week na de moord op de Britse Labour-parlementariër Jo Cox op single uitgebracht, vormt de muzikale climax van de film.

Plaats van handeling is zo’n in de jaren zeventig opgetrokken wolkenkrabber in een voorloper van wat architect Rem Koolhaas ‘generieke steden’ heeft genoemd: anonieme, inwisselbare plekken waar wonen, werken en vrije tijd naadloos in elkaar over zouden moeten lopen. Maar door hun kille functionaliteit ook plekken die mensen juist vervreemd hebben van hun buren en de collectieve verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte. Denk aan sommige delen van de Bijlmer, of aan de Parijse wijk Orgues de Flandre in het negentiende arrondissement, waar tussen 1970 en 1980 smetteloos witte woontorens verrezen die vandaag de dag zijn vervallen tot een besmeurde stedenbouwkundige nachtmerrie: oorden van werkloosheid, verval en geweld.

Bij Ballard en Wheatley is het veertig verdiepingen tellende gebouw waar arts Robert Laing (Tom Hiddlestone) als nieuwe bewoner op de 25ste etage intrekt ook een symbool voor de klassenmaatschappij. Onderop wonen de arbeiders en de lagere klassen, en hoe verder men naar boven beweegt, hoe welgestelder men wordt. In dat opzicht doet de film ook denken aan de post-apocalyptische stripverfilming Snowpiercer (2014) van de Zuid-Koreaanse regisseur Bong Joon-ho, waarin een om de aarde rondrazende trein dezelfde functie van kringloop-biotoop heeft.

Het is eten of gegeten worden. In het penthouse met de paradijselijke daktuin woont, geïsoleerd van de wereld en de werkelijkheid, de architect Anthony Royales (Jeremy Irons). Door de ogen van arts Laing verkennen we het gebouw, ontdekken we z’n techno-organische structuur, met gangen en (vaak haperende) liften als bloedbanen en zijn we uiteindelijk getuige van een opstand vanuit de onderbuik.

Als de hedonistische aristocraten ‘upstairs’ op een dag het zwembad claimen voor een feestje, doen de werkmieren ‘downstairs’ een greep naar de macht. De decadente elite blijkt niet meer in staat daar een antwoord op te geven.

Ben Wheatley maakte naam met geslaagde kruisbestuivingen tussen kunstfilms en cultfilms, tussen het geëngageerde sociaal-realisme van landgenoot Ken Loach en de nihilistische wetteloosheid van de Amerikaanse slasher-films. In films als Kill List (2011), Sightseers (2012) en A Field in England (2013) was hij al geïnteresseerd in het moment waarop idealisme en ideologie overgaan in geweld. Die films vielen meer nog dan High-Rise op door hun zwarte humor en absurdisme. Dat Wheatley uiteindelijk bij Ballard uit zou komen en de handen ineensloeg met producent Jeremy Thomas – die al sinds de jaren zeventig probeert een verfilming van het boek van de grond te krijgen – wekt geen verwondering. Samen met regisseur David Cronenberg was Thomas ook verantwoordelijk voor de geruchtmakende verfilming van het van de fetisj-esthetiek en erotiek van auto-ongelukken doordrenkte Crash (boek 1973, film 1993).

In High-Rise vindt eenzelfde versmelting plaats tussen het organische en het anorganische. Rem Koolhaas prijst het zelfgroeiende en zelfregulerende vermogen van onze urbane samenlevingen. In de handen van Wheatley blijken stedelijke droombeelden metaforen te zijn voor een op hol geslagen politieke economie. Dat is even schrikken. Maar misschien ook precies de wake-upcall die nodig is.

    • Dana Linssen