Onderhuidse melancholie

‘Ik hou niet van de zomer, ik hou alleen van de tussenseizoenen”, verzucht Marianne (Romy Schneider). Maar hoog zomer is het, en op zomer kan alleen nog herfst en winter volgen. Dat knagende besef geeft La piscine van regisseur Jacques Deray uit 1969 zo’n onderhuidse melancholie. Marianne en haar minnaar Jean-Paul (Alain Delon) lijken de ultieme staat van – seksuele – vervulling te hebben gevonden, terwijl ze verblijven in een kapitale villa in de buurt van St. Tropez. Met zwembad. Delon en Schneider – die ook in werkelijkheid een stel waren geweest – hebben verpletterende seksuele chemie. En laten we eerlijk zijn: een deel van de charme van La piscine is het ongegeneerd bespieden van twee prachtige filmsterren in minieme badkleding; het voyeurisme waarmee ook paparazzi hun brood verdienen. Maar echt jong zijn ze niet meer: Delon wordt al wat grijs aan de slapen. Ze bevinden zich in de zomer van hun leven. Dat knaagt – zeker als er ook nog voor beiden seksuele rivalen opduiken. Die roerloze tevredenheid van water en zon houdt geen stand.

    • Peter de Bruijn