Even bellen met de Staphorster die stof maakte voor Van Beirendonck

Margot Poll belt met Gerard van Oosten (46) uit Staphorst, die in het geheim stoffen maakte voor de modeweek in Parijs.

Wat is er gebeurd?

„Ik heb de afgelopen maanden gewerkt aan een stof voor de Vlaamse ontwerper Walter Van Beirendonck. Ik had eigenlijk nog nooit van hem gehoord, maar hij had staaltjes Staphorster stipwerk van mij gezien op een beurs en wilde daar iets mee doen. Maar wat, dat moest geheim blijven.”

Wat is dat, stipwerk?

„Het is ongelooflijk eenvoudig maar ook héél ingewikkeld. Met houten blokjes vol spijkers, naalden of krammetjes – wat je maar in de schuur hebt liggen – wrijf je bepaalde motieven op de stof en dan ontstaan een soort bultjes. Een blinde kan zelfs voelen wat voor een patroon er op de stof zit. We maken ongeveer 1 meter op een dag.”

Bekijk hoe Van Oosten te werk gaat:

Hoeveel had Van Beirendonck nodig?

„Hij vroeg me twee kleuren te maken van een bepaald patroon. Bij elkaar 15 meter in twee kleuren. Ik heb een lap van 11 meter oranje gemaakt en een lap van 4 meter blauw. Die hebben we hem gebracht en toen werd het spannend.”

Tot vorige week dan op de modeweek in Parijs. Was u erbij?

„Ja we waren uitgenodigd om te zien wat hij er uiteindelijk van had gemaakt: een heel mooi jasje. Hij verwerkte er een W in. Normaal staat er een vaasje met drie bloemen op de stof – volksmotief van Nederland – en hij heeft het vaasje veranderd in een W. Mooi om Staphorst in Parijs te zien.”

U werd opeens de ‘Staphorster stipper’ genoemd.

„Ja, maar dat klopt niet. In Staphorst ben ik een drukker, maar daarbuiten is het opeens stipper geworden. Misschien omdat het leuk allitereert. Maar als je in Staphorst naar de drukker gaat, dan ga je naar iemand die stipwerk op stoffen maakt.”

Heeft u nu zelf nu ook zo’n jasje?

„Nee. Ik heb wel twee paar sokken van hem gekregen met de patroontjes erin gebreid.”