Kinderbijslag over de grens

Wie in Nederland woont, maar een beperkt aantal uren in het buitenland werkt, mag niet worden uitgesloten van kinderbijslag of de opbouw van AOW. Dat oordeelt de Centrale Raad van Beroep in een al negen jaar slepende zaak die is aangespannen door een bijstandsmoeder die in 2001 op afroepbasis een beperkt aantal uren in Duitsland ging werken. In 2003 oordeelde de Sociale Verzekeringsbank (SVB) dat zij in Nederland geen recht meer had op kinderbijslag of AOW-opbouw, omdat ze met dat werk onder de Duitse sociale zekerheidswetgeving viel.

Haar verweer dat ze zo weinig uren werkte dat ze in Duitsland niet in aanmerking kwam voor kindergeld of pensioenopbouw, mocht niet baten. De SVB hield vol dat Europese regelgeving uitsloot dat ze in haar ‘woonland’ recht had op AOW of kinderbijslag. De rechtbank volgde die redenering, op haar was niet de Nederlandse, maar de Duitse wetgeving van toepassing.

In hoger beroep besloot de Raad om de kwestie voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. En die oordeelde anders. EU-regels schrijven inderdaad voor dat de sociale wetgeving van het ‘werkland’ van toepassing is. Maar als iemand zo weinig uren werkt dat hij daar niet verzekerd is, kan hij in zijn eigen land wel degelijk kinderbijslag en AOW-opbouw krijgen.

De SVB moet van de Raad haar huiswerk overdoen en opnieuw een besluit nemen. Omdat er sinds het eerste bezwaarschrift inmiddels zeven jaar zijn verlopen, moet de Staat de vrouw 3.500 euro betalen ter compensatie van ‘immateriële schade’.