Recensie

Ik had de oude Jaguar nog maar zo kortgeleden metallic blauw laten spuiten dat mijn ogen de directe omgeving van ons huis onveranderlijk afzochten naar de dofgrijze carrosserie waar ze in de loop van drie jaar aan gewend waren geraakt.

Ah, daar! Half op het trottoir naast het schooltje stond mijn trotse jagged Jag (E-Type 4.2 Series 2) zo opzichtig te glanzen in de ochtendzon dat ik er eerst finaal overheen keek. Het was of de zomerhemel zich verblindend spiegelde in een zilveren schaal. Branda zei: ‘Hoe denk je nou met zo’n ouwe bak de dames te imponeren als je ’m zelf al over het hoofd ziet?’ En ik: ‘De blik ketst er gewoon op af.’

Het portier ging nog gewoon open met een sleuteltje. ‘Ik had je vader kunnen zijn,’ scheen de auto me toe te willen roepen. Bouwjaar 1969, eindexamenjaar van Patrick Haandrikman. Toen ik zelf slaagde voor het gym, in 2006, kreeg ik van hem een rijbewijs cadeau, althans het totaalbedrag voor de lessen, naar boven afgerond, want ik mocht een keer zakken. Autorijden, dat had Branda goed gezien, was voor mij inderdaad een vorm van indruk maken – en dan begon zo’n carrière met op de bijrijdersstoel een bazige, snibbige lerares, die je zeugmatisch op de vingers keek en tikte. De mijne droeg bovendien een verkeerd parfum, dat elke erotische meerwaarde van het begeerde document spoelde. Ik stapte na tien lessen over naar een andere rijschool, en trof daar weer dezelfde juf, die net bij een nieuwe baas gesolliciteerd had. Met des te meer grimmigheid slaagde ik de eerste keer.

Zonlicht explodeerde ook in de velgen en spaken. ‘Als je me zo’n snob vindt, Bran, met mijn Jag... waarom poets je het chroomwerk dan elke keer zo perfect op?’ En Branda: ‘Dwangneigingen. Ik deed het bij mijn eerste fiets ook. En altijd een schoenveter om de assen... Hoe wou je trouwens straks je ouders naar Schiphol brengen, met al hun bagage?’

‘We nemen hun Renault Mégan. Laat ik dit beestje zolang bij ze voor de deur staan.’ Ik startte, en liet het dier even brullen. Branda drukte haar oren dicht: ‘Denk om Tinus Tinnitus.’

Ik had de Jaguar drie jaar terug gekocht op een eBay-veiling voor twaalfduizend euro: geld vergaard met fotowerk tijdens de Arabische Lente. Ruim veertig jaar oud, maar nog in puike staat – al moest het blok gereviseerd en was de neus na een weggemoffelde botsing aan vervanging toe. In de garage rees het vermoeden van een criminele achtergrond in thuisland Californië: in de benzinetank zat een half dozijn kogelgaten. ‘Die moet bij de achtervolging zo goed als leeg zijn geweest,’ zei de monteur. ‘Anders was de kar volledig uitgebrand.’

We reden door een confetti van licht en schaduw over de Ceintuurbaan, richting Concertgebouw. zoals altijd op dit traject ging het verkeer met horten en stoten, maar in mijn jagged Jag heerste welbehagen. De motor gromde naar de rode stoplichten op het Roelof Hartplein en naar de buggy’s met parasol op het zebrapad. Ik neuriede tevreden z’n antecedenten: 6-cilinder, 4235 cc, 268 pk. Qua model had het E-Type iets strijkijzerachtigs, als een antieke Citroën. Kwam goed uit, want ik beschouwde strijkijzers als behorend tot de meest poëtische gebruiksvoorwerpen, met de fietspomp, de metronoom en de appelboor. Een voorliefde voor ambigue objecten die ik deelde met mijn vader. Hij had voor de Paaslunch de tafel een keer gedekt met rondom elk bord gerangschikt een briefopener, een stemvork en een schoenlepel, plus dwars bovenaan een houten huisartsenspatel voor het dessert.

Bij het Concertgebouw nam ik, dwars door de draaikolk van trams, auto’s, fietsen heen, de afslag naar links, en kreeg opeens een geweldige lust om Branda voor te stellen na mijn werk in Gaza samen in de Jaguar naar het Zuiden te toeren, Frankrijk in, en maar te zien waar we terechtkwamen. Ik keek vluchtig naar rechts: haar profiel stond zo ondoorgrondelijk dat ik zei: ‘Zullen we mijn ouders nog maar even in het ongewisse laten tot ze uit China terug zijn?’ En Branda: ‘Waarom huichelen? Ik zeg gewoon dat het over is. Punt.’

Afhankelijk van de lichtval leek het pantser van een bromvlieg groen of blauw of iets daartussenin: en precies die ongrijpbare mengkleur had de Renault Mégan van mijn moeder. De klep van de kofferruimte stond omhoog, maar er bevond zich nog geen bagage in. Ik liet mijn blik langs de gele gevel van het hoge huis gaan, alsof ik uit de spiegeling van de ramen zou kunnen opmaken hoever mijn ouders met pakken gevorderd waren.