Halve zetel in V-raad beter dan niks

Na een patstelling stuurde Nederland aan op een onconventioneel compromis met Italië: elk land mag één jaar aanschuiven.

Het resultaat was maar de helft van wat Nederland wilde, maar de gezichten van de Nederlandse delegatie bij de Verenigde Naties in New York oogden dinsdagnacht opgelucht. Na een lange dag vruchteloos stemmen, en een urenlange impasse met Italië, heeft Nederland tóch een zetel in de VN-Veiligheidsraad veroverd.

De oplossing was onconventioneel: volgend jaar, het eerste jaar van de termijn, neemt Italië de zetel in. Het jaar erop, in 2018, mag Nederland een jaar. Maar, zegt de Nederlandse delegatie, het glas is halfvól, niet halfleeg.

Minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) had na vijf slepende stemrondes in de Algemene Vergadering ingezien dat er simpelweg niet meer in zat. Hij nam het initiatief voor een deal. Dit was de enige manier om toch een plek in de Veiligheidsraad te veroveren, zegt hij.

Nederland voert al jarenlang campagne voor de zetel. De kosten van die campagne zijn voor de periode van 2012 tot 2016 geraamd op 4,7 miljoen euro. Dat geld is vooral gaan zitten in extra mankracht.

De plek is prestigieus, maar de Nederlandse regering wil de positie vooral gebruiken om meer te zeggen te hebben over conflicten in de wereld, vredesoperaties, of ontwikkelingssamenwerking. In de Veiligheidsraad zitten vijftien landen; dat praat makkelijker dan in de Algemene Vergadering van 193 landen

Vijf keer eerder zat Nederland in de Veiligheidsraad, en altijd leverde een kandidatuur een zetel op. Maar deze keer was dat anders. West-Europa levert twee zetels voor de niet-permanente leden van de Veiligheidsraad. Er waren drie kandidaten: Zweden, Italië en Nederland. Er moest dus campagne worden gevoerd.

De verschillen tussen de plannen van deze landen zijn minimaal. Het Nederlandse Oekraïne-referendum steekt bij sommige landen, maar Nederland levert weer relatief veel aan vredesmissies. Nederland profileerde zich bovendien als collectief, omdat ook Curaçao, Aruba en Sint Maarten deel uitmaken van het Koninkrijk.

Nederlandse ministers op werkbezoek, diplomaten, de koning: iedereen die de afgelopen jaren een buitenlandse reis maakte, moest reclame maken. Onlangs organiseerde Nederland nog een voetbaltoernooi bij de VN met Frank Rijkaard.

Toch haalde in de eerste ronde niet Nederland, maar Zweden meer dan de benodigde 128 stemmen. Dat Zweden als eerste grote Europese land in 2014 Palestina erkende, was een pre bij veel lidstaten.

Nederland kwam in de eerste ronde maar een paar stemmen tekort. Volgens VN-regels moet daarna net zo vaak gestemd worden tot één land tweederde van de stemmen heeft gehaald. Dat kan lang duren. In 1979 kwamen Cuba en Colombia na 154 stemmingen nog niet tot een winnaar, waarna Mexico zich in ronde 155 opwierp als compromiskandidaat.

In de pauzes tussen de stemmingen probeerden Nederlandse diplomaten de andere landen om te praten. Ze gingen rond met doosjes stroopwafels en houten tulpen. Diplomaten met oranje dassen maakten rondes door de vergaderzaal, op zoek naar ambassadeurs die nog niet in het Nederlandse kamp zaten. Dat was niet eenvoudig, want de stemming was geheim.

Maar, zegt Koenders achteraf, steeds duidelijker werd dat die strategie geen effect zou hebben. Vooraf was rekening gehouden met een of twee extra stemrondes, maar niet met een totale patstelling. „Maar zo werkt politiek”, zegt Koenders. „Je moet improviseren en snel handelen.”

Na de vijfde ronde, een uur of zeven na de eerste stemming, staakten de stemmen (95 tegen 95). Dat was volgens Koenders „een kans om snel in te koppen”, want bij deze stand kon geen van beide partijen meer eisen stellen dan de andere. Hij liep op zijn Italiaanse collega Paolo Gentiloni af. Dit zou nooit wat worden, zei hij. De Nederlandse en de Italiaanse delegatie trokken zich een uur terug voor overleg, en werkten daar hun compromisvoorstel uit. Daar moet dan nog over gestemd worden, deze of volgende week, maar dat is een formaliteit.

Gentiloni en Koenders besloten van de nood een deugd te maken, en er een demonstratie van Europese eenheid van te maken. Het Britse referendum en de chaotische dagen in Brussel hebben dat beeld buiten Europa vertroebeld. „Juist in deze week is het belangrijk dat Europese landen laten zien dat ze wel kunnen samenwerken”, zegt Koenders. „Het is innovatief, in de traditie van het Poldermodel.”

Andersom kun je ook redeneren: wat als Nederland en Italië in de week na de Brexit dit spel eindeloos hadden doorgespeeld? Nederland en Italië hebben afgesproken dat als het ene land de zetel bezet, er wel overleg is met het andere land. Ze zullen met elkaar bespreken wat er gezegd gaat worden. Ook zullen de landen informatie en dossiers delen.

Paolo Gentiloni zegt tijdens een persconferentie dat de deal een ‘pro-eenheid-afspraak’ is. „Dus een anti-Brexit-gebaar?”, vraagt een journalist. „Absoluut”, flapt Gentiloni eruit. Dan is hij even stil, en zegt, zoals afgesproken: „Nee, pro-eenheid.”

    • Guus Valk