Opinie

Gun onze hbo’s over de grens de titel ‘university’

Hogescholen heten over de grens ‘university of applied science’. Die toevoeging ‘toegepaste wetenschap’ wordt verkeerd begrepen, schrijft Thom de Graaf.

Ons hoger onderwijs behoort tot Europese top. Zo werd in het rapport van de Onderwijsinspectie De staat van het onderwijs 2014/2015 geconcludeerd dat onze studenten internationaal gezien bovengemiddeld presteren. Het resultaat van de constante inzet van medewerkers van hogescholen en universiteiten. Bij hogescholen zie ik dat er nog steeds hard gewerkt wordt aan verbetering van onderwijskwaliteit, dat innovatie prioriteit heeft en dat het onderzoek van lectoren oplossingen biedt voor uitdagingen van de hedendaagse samenleving.

Ondanks dit positieve beeld is er wat betreft internationalisering nog een slag te slaan. Zo ligt het aantal studenten dat in het buitenland verder studeert bijzonder laag (3,5 procent) en onder het Europees gemiddelde (4,5). Andersom vinden ieder jaar circa 23.000 buitenlandse studenten hun weg naar een studie aan een Nederlandse hogeschool.

Dit zal deels aan ambitie liggen, maar uit signalen van studenten blijkt dat er ook iets anders speelt. In het buitenland wordt het verschil tussen een university en een university of applied science niet begrepen. Daar worden alle opleidingen in het hoger onderwijs (wo én hbo) verzorgd door een universiteit. Door toevoeging ‘of applied science’ wordt ten onrechte gedacht dat aan een hogeschool alleen technische opleidingen (‘science’) worden verzorgd.

Al in 2010 stelde de commissie-Veerman dat ‘het strikte onderscheid tussen hbo en wo qua toevoegingen vanuit internationaal perspectief rigide en voor het hbo onnodig nadelig lijkt’. Gelukkig zijn we inmiddels een eind op weg. Hbo-geschoolden mogen zich sinds 2014 Bachelor of Arts (BA) of Bachelor of Science (BSc) noemen. Daarmee zijn hun kansen op de internationale studie- en arbeidsmarkt aanzienlijk vergroot. En het doet recht aan de hoge kwaliteit van de studies die ze hier genoten. Maar nu wil minister Bussemaker de term ‘university’ via een nieuwe wet aan banden leggen en hogescholen verplichten alleen nog de omschrijving ‘university of applied science’ te hanteren. Paradoxaal, want in de praktijk betekent dit dat hbo-afgestudeerden weer beperkt worden in hun buitenlandavontuur, terwijl recent zulke goede stappen werden gezet door het gelijktrekken van de titulatuur en diplomering.

Natuurlijk, er zijn enkele gevallen van misleiding met de naam ‘university’ bekend. En ik vind het belangrijk dat deze gevallen leiden tot het verbod om nog langer de naam hogeschool of universiteit te voeren. Deze bevoegdheid heeft de minister al. Daarnaast wordt door de overheid, onderwijsinstellingen en studentenbonden al goede voorlichting gegeven en benadrukt dat studenten nooit alleen moeten afgaan op de naam van een instelling, maar altijd moeten verifiëren of het tot een erkende graad leidt. Het voorstel van de minister om álle hogescholen te verbieden in internationale context de term ‘university’ te gebruiken streeft het doel daarom voorbij.

Juist het belang van de studenten, waarvoor deze wet in het leven is geroepen, moet prevaleren. Ja, het is belangrijk dat studenten zeker weten dat ze het diploma krijgen dat hen in het vooruitzicht is gesteld. En ja, het is belangrijk om een zo helder mogelijk beeld te geven van het onderwijs op hogescholen. En nee, dat doe je dus niet door een rigide regel in te voeren die ervoor zorgt dat zeer gekwalificeerde hbo’ers zich in allerlei bochten moeten wringen om in het buitenland verder te studeren. En nee, dat doe je niet door buitenlandse studenten te verwarren en ze daarmee af te schrikken naar Nederland te komen. Wees flexibel en laat ‘de term’ university toe als dat in het belang van de student is.

Gelukkig onderkent ook minister Bussemaker belang van studeren in het buitenland. Het is haar overtuiging dat het bijdraagt aan grensoverschrijdende denkers en doeners. I couldn’t agree more! Al eerder heeft de Vereniging Hogescholen de ambitie uitgesproken de uitgaande mobiliteit van hbo-studenten te willen vergroten. Ik wil daarom ook de Tweede Kamer vragen daarbij te helpen en het wetsvoorstel op het punt van de (internationale) naamvoering in het belang van de studenten te versoepelen.