Frauderende studenten mogen fors worden beboet

Deze rubriek belicht elke week economische kwesties waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: ‘uitwonende’ studenten en uitkeringen van grenswerkers.

Het ministerie van Onderwijs mag studenten die gefraudeerd hebben bij hun aanvraag voor studiefinanciering een boete opleggen van 50 procent van het bedrag dat ze ten onrechte ontvangen hebben. Dat is het oordeel van de Centrale Raad van Beroep in een aantal dossiers waarbij studenten nog gewoon thuis wonen, maar opgaven dat ze zelfstandig woonden. Dat levert maandelijks 200 euro extra studiefinanciering op.

Het ministerie controleerde in 2012 en 2013 het woonadres van 7.000 ‘uitwonende’ studenten. 3.300 studenten werden op fraude betrapt. Ze moeten het onterecht ontvangen geld terugbetalen en krijgen daar bovenop een boete van 50 procent van het teruggevorderde bedrag.

Vorig jaar oordeelde de rechtbank dat die bestuurlijke boete te hoog is, omdat niet onomstotelijk vast was komen te staan dat een betrokken student daadwerkelijk niet op het opgegeven adres had gewoond. De boete werd verlaagd van 2.413 euro naar 330 euro. Maar in hoger beroep is die boete door de Centrale Raad van Beroep nu verhoogd naar 1.172 euro.

Volgens de Raad mag het ministerie boetes van 50 procent van het terug te vorderen bedrag opleggen. Maar het ministerie mag er niet automatisch van uitgaan dat betrapte studenten over de hele duur dat ze studiefinanciering ontvingen, gefraudeerd hebben met hun woonadres. Dat mag hooguit voor een periode twaalf maanden. Bovendien, als niet vaststaat dat de student gefraudeerd heeft, geldt het voordeel van de twijfel. Bij de student die bezwaar had aangetekend tegen de terugvordering (4.826 euro) en de boete (50 procent) kreeg dat voordeel niet. Controleurs troffen enkele kledingstukken aan die van hem zouden kunnen zijn en een brief op zijn naam. Dat volstond om zijn bezwaar af te wijzen.

    • Jos Verlaan