Flexwet leidt niet tot soepelere arbeidsmarkt

Ontslagrecht

Kantonrechters wijzen ontslag vaker af omdat ze vergoeding te laag vinden.

Het is niet makkelijker geworden om personeel te ontslaan, ook al is het ontslagrecht vorig jaar eenvoudiger geworden. Driekwart van de kantonrechters zegt ontslagaanvragen vaker af te wijzen dan vóór de Wet werk en zekerheid (Wwz). Bij twijfel wijzen rechters ontslagaanvragen soms af omdat ze de nieuwe ‘transitievergoeding’ voor ontslagen werknemers te laag vinden.

Dat blijkt uit een enquête van de Universiteit van Amsterdam onder ruim 50 kantonrechters, een zesde van het totaal. De evaluatie van het gewijzigde ontslagrecht in opdracht van minister Asscher van Sociale Zaken (PvdA) is donderdagmiddag naar de Tweede Kamer gestuurd.

In de Kamerbrief benadrukt Asscher dat het nog te vroeg is om te concluderen of de nieuwe flex- en ontslagwet werkt of niet. Hij wil die pas in 2020 helemaal evalueren. Politiek hangt er voor Asscher, die overweegt om de PvdA te gaan leiden, veel van af. Hij wil als minister de arbeidsmarkt fatsoenlijker maken: werkgevers zouden door het nieuwe ontslagrecht minder huiverig moeten worden om mensen een vast contract te geven. Als zijn al veel bekritiseerde wet mislukt, is dát zijn politieke erfenis als minister.

Beter beschermd

Asscher wil overleg met de Raad voor de Rechtspraak omdat de hoogte van de ontslagvergoeding geen rol mag spelen bij de uitspraak. „Dat behoort uiteraard niet het geval te zijn”, schrijft hij de Kamer. Rechters moeten ontslagaanvragen op inhoudelijke grond beoordelen en niet laten meewegen hoeveel geld een werknemer mee naar huis krijgt.

De wet kwam er vorig jaar om de arbeidsmarkt minder star te maken. Ontslag van werknemers zou „eenvoudiger, sneller en minder kostbaar” worden. Doel was ook dat flexwerkers beter worden beschermd.

Ontslag bij bedrijven in nood en voor langdurig zieke werknemers gaat nu via de ‘gratis route’ van uitkeringsinstantie UWV. Ontslag om alle andere redenen, zoals slechte prestaties of een arbeidsconflict, gaat via de kantonrechter. De nieuwe transitievergoeding bij ontslag is eenderde tot een half maandsalaris per dienstjaar, tot maximaal 75.000 euro.

De nieuwe wet heeft de trend niet kunnen keren die blijkt uit cijfers van de Raad voor de Rechtspraak: dat werkgevers van de rechter steeds minder makkelijk gedaan krijgen dat ze personeel mogen ontslaan. Van 2013 tot 2015 daalde het aantal ontslagen op inhoudelijke gronden van 4.756 naar 3.308. Als die trend doorzet, daalt het aantal ontslagen dit jaar verder naar 2.907. Net als Asscher noemen de onderzoekers het te vroeg voor „al te veel” conclusies.

Weinig financiële ruimte

In het onderzoek zeggen rechters dat ze een ontslagaanvraag soms afwijzen omdat ze er niet één grond voor kunnen vinden. Sommige zaken zijn niet „zwart-wit”, zeggen ze – dan speelt er op de werkvloer van alles mee. Sommige rechters vinden de transitievergoeding dan niet „billijk” genoeg, ze vinden dat ze de financiële ruimte missen om de strijdende partijen „van elkaar te verlossen”.

De transitievergoeding is nu gemiddeld 19.000 euro, volgens een onderzoek van arbeidsrechtadvocaten dat ook donderdag is gepresenteerd. De gemiddelde ontslagvergoeding zou hiermee gehalveerd zijn.

Ook wil Asscher met de Raad voor de Rechtspraak praten over het idee van sommige rechters: ontslag op basis van verstoorde verhoudingen is moeilijker geworden, terwijl rechters zelf zien dat de relatie verzuurd is.

Volgens Asscher is nog niet te zeggen of de wet tot meer vaste banen leidt. In het laatste kwartaal van 2015 en het eerste van dit jaar is het aantal contracten voor onbepaalde tijd met 25.000 gestegen. Maar er zijn niet méér flexibele werknemers die nu een vast contract krijgen: dat aantal blijft volgens hem „ruwweg stabiel”, schrijft hij de Kamer. „De cijfers geven dus een gemengd beeld.”

    • Petra de Koning
    • Eppo König