Recensie

Dazed and Confused

Tienerzomers zijn goed voor levenslange nostalgie. Het filmgenre ‘coming of age’, waarin jeugd volwassen wordt, speelt zich dan ook meestal in de zomer af. Op camping, prom night of vakantiebaantje komt je lot voor altijd vast te liggen. Winner of loser? Thuisblijver of uitvlieger?

Juist omdat het zich aan die logica onttrekt, is Dazed and Confused van Richard Linklater (Boyhood) de allerleukste coming-of-agezomerfilm. Linklater kijkt anno 1993 terug op een laatste schooldag, en feestnacht, in suburbaan Texas anno 1976, waar machowaarden worden uitgedaagd door semirebels hedonisme. Het is geen stonerkomedie, ondanks wiet en bier. Linklater legt eerder liefdevol de tastende pathos van de adolescentie vast, met zijn onhandig coole poses, avances, feestjes. Dopeheads, nerds en atleten: niemand gehoorzaamt de clichés van het high school-drama. De populaire quarterback is gewoon een fijne vent. De wraak van de nerd is vooral sneu. En qua leven, liefde of loopbaan ligt alles nog open. Is dit de beste tijd van mijn leven, vragen ze zich af? Ze hebben geen idee.

    • Coen van Zwol