Conflict over handelspolitiek laait op

Voorzitter Juncker van de Europese Commissie wil bij handelsverdragen geen goed-keuring per EU-lidstaat. „Onge-looflijk stom”, vindt Berlijn.

Demonstratie tegen vrijhandelsverdragen van Europese Unie met Canada (CETA) en de Verenigde Staten (TTIP), eind vorige maand in Amsterdam. Foto Marten van Dijl / ANP

Binnen de Europese Unie is een fel conflict opgelaaid over de rol van nationale parlementen bij het goedkeuren van Europese handelsverdragen. In ongewoon harde woorden heeft de Duitse vicekanselier en minister van Economische Zaken, Sigmar Gabriel, woensdag uitgehaald naar de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker.

„Ongelooflijk stom” noemde Gabriel, die ook leider van regeringspartij SPD is, de aankondiging van Juncker om de nationale parlementen van de lidstaten niet te betrekken bij de ratificatie van het vrijhandelsverdrag van de Europese Unie met Canada (CETA). „Ze willen met hun kop door een muur breken.”

De Commissie zou hiermee „alle mensen van goede wil afvallen” en het hun nog moeilijker maken steun voor de EU te werven. Het „domme doordrukken van CETA” zal volgens Gabriel leiden tot een „explosie” van samenzweringstheorieën over vrijhandelsverdragen. „Als de Commissie dit doet, dan is ook TTIP dood”, waarschuwde hij, in een verwijzing naar het handelsverdrag waarover de EU onderhandelt met de Verenigde Staten (Transatlantic Trade and Investment Partnerschip).

De kwestie is extra gevoelig na het Britse referendum van vorige week, waarin de Britse kiezers ervoor kozen de Europese Unie te verlaten om zo macht uit Brussel terug te halen naar de nationale politiek. Ook de Oostenrijkse kanselier Christian Kern hekelde het voornemen van Juncker. Het met een soort spoedprocedure doorzetten van het handelsverdrag met Canada zou „de Europese Unie veel geloofwaardigheid kosten”. De Duitse bondskanselier Merkel drukte zich voorzichtiger uit, en zei: „We zullen de Bondsdag om opinievorming vragen”, wat nogal vrijblijvend klinkt.

Juncker reageerde geprikkeld op de kritiek. Hij zei dat het hem „geen lor kan schelen” of het akkoord met Canada alleen geratificeerd wordt door de Europese instellingen of ook nog door de nationale parlementen. „Ik dacht dat we ons in de EU aan de regels hielden, maar ik ben niet bereid om op het altaar van juridische vraagstukken te sterven.”

Handelspolitiek is in de Unie door de lidstaten zelf gedelegeerd aan de Europese Commissie. Juridisch hoeft een verdrag alleen door de nationale parlementen goedgekeurd te worden als daarin kwesties aan de orde komen waarover alleen de lidstaten bevoegdheid hebben. Volgens de juridische dienst van de Commissie is dat hier niet het geval. Dat zou betekenen dat alleen de Raad van Ministers (waarin de regeringen van alle lidstaten vertegenwoordigd zijn) en het Europees Parlement moeten instemmen met het onderhandelingsresultaat van de Commissie.

Tot nu toe hebben alle lidstaten CETA gesteund, in het najaar wordt het akkoord in Europese Raad van Ministers in stemming gebracht. Gabriel zegt dat hij „in geen geval” voor zal stemmen als er niet een stemming in de Bondsdag aan vooraf is gegaan.

De Commissie vreest dat Europese handelspolitiek onmogelijk wordt als voor elk akkoord ratificatie van alle nationale parlementen nodig is. De Süddeutsche Zeitung wijst erop dat CETA er dan wel nooit zal komen, „om van TTIP nog maar te zwijgen”. „In Nederland zou het tot een referendum kunnen komen.” Volgens de krant zouden de burgers „niet bang moeten zijn voor CETA of TTIP, maar voor de economische macht van bijvoorbeeld China”.

    • Juurd Eijsvoogel