Charmante en triviale strapatsen

Er is elk jaar wel een andere reden om Les vacances de Monsieur Hulot (1953) van de Franse filmmaker en komiek Jacques Tati de beste zomerfilm aller tijden te vinden. Allereerst natuurlijk omdat de zo goed als dialoog- en plotloze zwart-witfilm over de zomergasten van het klassieke Hôtel de la Plage in Saint-Marc-sur-Mer aan de Atlantische kust – het staat er nog steeds! – en de charmante strapatsen van de innemend stuntelende Monsieur Hulot zo herkenbaar en grappig is.

In welk hotel je ook komt, je komt er wel een of twee van de personages uit de film tegen. In Les vacances de Monsieur Hulot is elke terloopse en triviale vakantiegebeurtenis een bron van liefdevolle spot: of het nu het kopen van een ijsje, een tennispartijtje of de zoete flirt met het mooiste meisje van het dorp is.

Niet alleen Hulot heeft een oogje op blonde Martine, dat geldt ook een naamloze links-radicale intellectueel (een anti-Hulot). Terwijl de pijprokende Hulot haar onhandig het hof maakt met bloemen en rijtochtjes, wil deze eveneens aan zijn pijp verslaafde boekenwurm haar imponeren met marxistische dialectiek.

Ook hem komen we op elke vakantiebestemming tegen: de wijsneus met het jasje over zijn schouders geslagen als uiterste concessie aan het gemak. Voortdurend in de weer met wapperende kranten. En als de avond is gevallen leest hij nog in het licht van een lantaarnpaal. Hij wil de wind niet in zijn haren voelen, geen zand tussen zijn tenen. Maar op zijn manier geniet hij. Hij heeft een boek.

    • Dana Linssen