Britse tweedeling splijt Labour

Analyse Crisis bij Labour De crisis rond Jeremy Corbyn is meer dan een strijd om het parijleiderschap. Labour heeft te kampen met de tweedeling die zich ook aftekent in de Britse samenleving.

Labour-leider Jeremy Corbyn (midden, met wit overhemd) maandag in Londen. 81 procent van de leden van zijn fractie in het Lagerhuis zegden het vertrouwen in hem op. Foto Toby Melville/Reuters

Het debacle rond het Brexit-referendum, dat de Conservatieve premier Cameron de kop heeft gekost, leek een cadeau aan Labour. Maar uitgerekend de Labour-politici rollen nu vechtend over straat. 172 leden van de Lagerhuisfractie (81 procent), zegden dinsdag het vertrouwen in hun leider Jeremy Corbyn op.

Ze verwijten Corbyn zich onvoldoende tegen een Brexit te hebben gekeerd, maar ook op allerlei andere terreinen te falen. Eén Lagerhuislid zei tegen de Financial Times dat Corbyn en zijn vertrouwelingen nog niet eens „een drinkgelag in een brouwerij” kunnen organiseren.

Maar wie had gedacht dat Corbyn het hoofd in de schoot zou leggen, kwam bedrogen uit. Vorige herfst is hij door de partijleden – die veel linkser zijn dan de meeste kiezers – gekozen als leider. Daarom peinst hij er niet over af te treden. Daarmee is hij koppiger dan de ‘Iron Lady’ Margaret Thatcher, die in 1990 aftrad toen 152 leden van haar Conservatieve fractie haar niet langer steunden.

Corbyn en zijn bondgenoten zinnen nu op manieren om van de rebellerende Lagerhuisleden af te komen, ook al zijn die direct door de bevolking gekozen. Ze willen vasthouden aan hun linkse koers, die goed ligt bij vakbonden en traditionele Labour-aanhangers maar wordt verafschuwd door het liberale deel van de partij en door het gros van de Britse kiezers.

Bekend patroon bij Labour

„Je ziet dit patroon vaker bij Labour in de oppositie”, zegt het vroegere Lagerhuislid Denis MacShane, onder premier Tony Blair staatssecretaris voor Europese Zaken maar in ongenade gevallen door fraude met zijn declaraties.

„Dan zwenkt de partij scherp naar links onder het motto dat de socialistische idealen zijn verraden. Dat zag je in de jaren dertig onder George Lansbury, begin jaren tachtig onder Michael Foot, toen Labour kernwapens wilde afschaffen en de belastingen wilde verhogen, en nu bij Corbyn. Dan verliest de partij een paar verkiezingen en zoekt daarna een gematigder koers die beter ligt bij kiezers. Dat zag je bij Blair.”

Maar het gaat ditmaal niet louter om een cyclisch verschijnsel. Er lijkt iets fundamentelers aan de hand. Want Labour heeft meer dan de Conservatieven te kampen met de tweedeling die zich aftekent in de Britse samenleving. Tussen rijk en arm, tussen hoogopgeleid en laagopgeleid, tussen jong en oud, en tussen Noord- en Zuid-Engeland. Die tegenstellingen lopen dwars door de partij.

Oud-premier Gordon Brown wees er woensdag in The Guardian op dat de oude, vervallen industriële steden uit het noorden vol zitten met ‘halfgeschoolden’, die zich verzetten tegen de globalisering van de economie, die hun hun baan heeft gekost. Terwijl Londen en het zuiden van het land profiteerden werden deze voormalige Labour-kiezers de verliezers. Tot overmaat van ramp voor hen kwamen ook nog eens beter opgeleide migranten ongehinderd het land in.

Corbyn zou nog niet eens een drinkgelag in een brouwerij kunnen organiseren

Lagerhuislid Labour

Het is niet zo dat Labour niet heeft geprobeerd zulke ‘achterblijvers’ te steunen. Een andere Labour-denker, Patrick Diamond, oud-adviseur van Blair en hoofd van de denktank Poverty Network, herinnert eraan dat onder Blair en Brown hard geprobeerd is uitkeringstrekkers aan het werk te krijgen en de armoede onder kinderen te verminderen.

„Niet zonder succes, bleek uit de cijfers. Maar het is waar dat het ons niet gelukt is een duurzame verbetering te bereiken. Mede daarom hebben velen, denk ik, bij het referendum gezegd: we willen de controle over ons eigen leven terug.”

Het zal volgens Diamond niet eenvoudig zijn de oude steden nieuw leven in te blazen. Zeker nu een recessie dreigt door een Brexit. „Intussen dreigt er politiek gezien een gevaarlijk vacuüm”, waarschuwt hij. Maar hij ziet ook kansen: meer investeren in industrieën bij voorbeeld.

MacShane sluit niet uit dat de Britse politieke structuren aan het schuiven raken. „Er zou zelfs een regering van nationale eenheid kunnen komen”, zegt hij, „en ik acht ook mogelijk dat zich nieuwe politieke formaties aandienen.” Dat gebeurde begin jaren tachtig ook, toen afvallige Labour-politici de Sociaal-Democratische Partij oprichtten. Veel hangt volgens Diamond en MacShane af van goed en inspirerend leiderschap. „Groot-Brittannië maakt een leiderschapscrisis door”, vindt Diamond. Hij noch MacShane ziet veel talent, ook niet in de eigen partij. Over één ding zijn ze het eens: Corbyn heeft zulk leiderschap niet in huis.

    • Floris van Straaten