Boris Johnson krijgt mes in rug

Strijd om Britse premierschap

Onverwachts trok Brexit-voorman Boris Johnson zich donderdag terug uit de strijd om het premierschap. Of is dit gewoon een slimme zet?

Boris Johnson leidde het Verenigd Koninkrijk naar de uitgang, maar zal niet als premier de Britten veilig thuisbrengen naar een leven buiten de Europese Unie. Tot ieders verrassing kondigde hij donderdag aan af te zien van deelname aan de strijd om opvolging van David Cameron.

Dat besluit kan het best worden gelezen als ‘Et tu, Michael Gove?’ Want zijn rechterhand bij de Brexit-campagne stak hem, als Brutus bij Caesar, donderdagochtend zonder genade een mes in de rug.

Gove, die jarenlang zei géén premier te willen worden, zei dat de uitslag van het referendum hem aan het hart ging. „Ik wilde helpen een team rond Boris Johnson te bouwen, zodat een politicus die voorstander was van een vertrek uit de Europese Unie, ons naar een betere toekomst kon leiden. Maar ik ben tot de conclusie gekomen dat Boris niet is uitgerust voor het leiderschap, noch een team kon bouwen voor de taak die voor ons ligt.”

Daarmee impliceerde Gove dat klopt wat collega’s in de Conservatieve partij al dachten: Johnson is geschikt voor het opvrolijken van het land, niet voor het leiden ervan. Dat beeld was in de campagne versterkt: de charismatische Johnson was er om de menigten te trekken, maar hoe diep was zijn overtuiging? Hij had immers twee columns geschreven voor The Daily Telegraph: een voor Brexit en een voor Blijven.

Zijn column maandag over wat de Brexit eigenlijk inhoudt, getuigde van eenzelfde ambivalentie. De Britten zouden alles houden wat ze nu hebben als EU-lid, behalve „de buitengewoon ondoorzichtige wetgeving van de EU”. De zorgen over immigratie onder Brexit-kiezers leek hij weg te wuiven. Een dag later kwam via The Times de boodschap dat de column „te snel was geschreven”. Johnson zou „te moe” zijn geweest. „Vrienden zijn het erover eens: slordig & verwarrende boodschap & zal voortaan worden nagetrokken”, twitterde politiek verslaggever Sam Coates.

Uitgelekte e-mail

De schade was toen al veroorzaakt. De column bevestigde dat andere beeld van Johnson: de man die het niet zo nauw neemt met de waarheid. Oud-collega’s uit zijn tijd als correspondent in Brussel uitten op Facebook al hun ongenoegen: „Hij greep elke kans aan de EU te bespotten of te belasteren, met artikelen die ongetwijfeld vol kleur zaten, maar ook schromelijk overdreven of compleet onwaar waren”, schreef Martin Fletcher.

Licht venijnige duwtjes volgden. Woensdagavond lekte een e-mail uit van Daily Mail-columniste Sarah Vine, echtgenote van Gove, aan een kennis. Per ongeluk verzonden aan iemand anders. Of was het – in het licht van nu – bewust? „Je MOET SPECIFIEKE garanties van Boris krijgen, ANDERS kun je hem niet steunen.”

Donderdagochtend lieten de ministers Stephen Crabb (Werkgelegenheid en Pensioenen) en Theresa May (Binnenlandse Zaken), allebei kandidaat om Cameron op te volgen, doorschemeren waarom zij dachten dat Johnson ongeschikt was. Crabb wees op diens gegoede achtergrond (Johnson ging naar privéschool Eton en naar Oxford) en zijn eigen workingclasswortels: „Ik werd opgevoed met het idee dat niemand beter was dan ik, en ik niet beter was dan anderen.” May zei: „Boris heeft al eens met Europa onderhandeld. Ik herinner me de laatste keer dat hij een deal sloot met de Duitsers. Hij kwam terug met drie zo goed als nieuwe waterkanonnen” – een verwijzing naar een omstreden aankoop van waterkanonnen van de Duitse federale politie door de politie van Londen in 2015, goedgekeurd door toenmalig burgemeester Johnson. Ze zijn nooit gebruikt.

Johnson was duidelijk de favoriet in de race om de opvolging van premier Cameron, die een week geleden zijn aftreden aankondigde. Maar hij deed wat niemand verwachtte, en trok zich terug. Dat betekent niet dat hij weg is. Het kan ook een strategische zet zijn: het onderhandelen met de EU is een ondankbare en moeilijke taak, waar ook Cameron voor paste. Wellicht dat de premier na afloop zo impopulair is door het akkoord dat hij of zij overeenkomt dat er iemand anders wordt gezocht. En dat zou zomaar Boris Johnson kunnen zijn.

Wie zijn de vijf kandidaten die strijden om het leiderschap?

1. Theresa May (59), minister van Binnenlandse Zaken

Gaat voor: diegenen die ervaring en vooral stabiliteit willen. Ze is de langstzittende minister van Binnenlandse Zaken, en hamerde op wat de regering-Cameron allemaal heeft bereikt. Daarbij negeerde ze dat immigratiebeperking in haar portefeuille zit. Ze was voor Blijven, maar zegt nu: „Brexit is Brexit.” In het Lagerhuis voor Maidenhead sinds 1997.

Zegt: „Het uittredingsproces zal ingewikkeld zijn. (…) Daarom hebben we een premier nodig die een taaie onderhandelaar is.”

Kans: Volgens de peilingen en bookies – maar wie gelooft die nog – maakt ze de meeste kans.

2. Michael Gove (48), minister van Justitie

Gaat voor: verandering. „Mensen wilden een nieuwe manier waarop dit land wordt geleid.” Welke manier hij verkiest, werd donderdag uit zijn verklaring niet duidelijk. Maar hij is een hervormer, en was het brein achter Camerons verkiezing en het brein achter de winst van Vote Leave. Als minister hervormde hij eerst het onderwijs (en hield daar veel vijanden onder leraren aan over), nu het gevangeniswezen. Sinds 2005 in het Lagerhuis voor Surrey Heath.

Zegt: „De Britse kiezer heeft ons duidelijke instructies gegeven.”

Kans: Populair onder de Conservatieve achterban. Maar vergeeft de achterban het hem dat hij de genadeklap gaf aan Cameron én Johnson?

3. Andrea Leadsom, staatssecretaris van Energie

Gaat voor: diegenen die de zekerheid willen dat de beloftes ook worden waargemaakt. Was bij de debatten door haar kalme uitleg over de Brexit voor velen een verrassing. Maar ze was ook de oprichter van Fresh Start, een clubje Conservatieve Lagerhuisleden dat – met steun van de partijtop – al in 2013 keek naar welke bevoegdheden uit Brussel konden worden teruggehaald. In het Lagerhuis sinds 2010 voor South Northamptonshire.

Zegt: „Dit is onze kans de wereld te vertellen wat voor land wij zijn.”

Kans: Heeft nog weinig politieke ervaring, maar is net als Stephen Crabb een gevaarlijke outsider.

4. Stephen Crabb (43), minister van Werk

Gaat voor: de workingclassstem. Volgens Crabb kwam de Brexit-stem van diegenen die zich genegeerd voelden door de politiek. Hij was voor Blijven, maar zegt hen te begrijpen omdat hij opgroeide als zoon van een alleenstaande moeder, en in een socialewoningbouwflat. Zit sinds 2005 in het Lagerhuis voor het Welshe district Preseli Pembrokeshire.

Zegt: „Brexit moet zijn wat er op de verpakking stond” (dus beperking van immigratie en een zo nauw mogelijke economische relatie met de EU).

Kans: De onbekende factor. Maar de Tories kozen in het verleden wel vaker voor de outsider. Dat was bijvoorbeeld het geval met David Cameron.

Twitter avatar singersz David Singleton Stephen Crabb understandably keen to stress his working class/council house roots. This is the street he grew up on. https://t.co/OLrNYh8mBm

5. Liam Fox (54), oud-minister van Defensie

Gaat voor: de haviken, aartseurosceptici en Thatcherites. Legde het in 2005 in de leiderschapsstrijd af tegen David Cameron. Moest als minister aftreden toen zijn beste vriend mee op dienstreis bleek te gaan, en ook nog een schakel met lobbyisten uit de defensie-industrie bleek te zijn. Voerde sindsdien vanaf de achterste bankjes en met een wekelijkse videoblog de kritiek op Cameron op. Sinds 1992 in het Lagerhuis voor North Somerset.

Zegt: „We mogen de Brexit-campagne de partij niet laten domineren. Er zijn nog veel andere kwesties.”

Kans: Wordt niet gezien als iemand die eenheid kan brengen in de partij. Zei donderdagochtend dat Blijvers „onder druk waren gezet”.

    • Titia Ketelaar