‘Bij mij breken vaak dingen en dan lijm ik het op mijn manier’

Beton Kunstenaar Maaike Stevens (35) werd door de hoge Londense huurprijzen teruggejaagd naar Nederland, maar haar 'grote uitbarstingen' maakt ze nog in Londen. ‘Als ik niet in een paar zinnen aan mijn zus kan uitleggen waar ik mee bezig ben, dan vind ik dat er iets misgaat.’

Een half miljoen voorbijgangers. Per dag. In 2012 kreeg de jonge Nederlandse kunstenaar Maaike Anne Stevens (35) de opdracht om een werk te maken voor de gevel van een nieuw pand in Oxford Street in Londen. In een van de drukste winkelstraten ter wereld dus, en dan ook nog in het pand van Primark, een van de grootste publiekstrekkers.

Ze was nog maar net afgestudeerd toen ze de opdracht kreeg. Aan Goldsmith College, de vermaarde Londense kunstacademie waar vermaarde Young British Artists als Damien Hirst en Tracey Emin ook zijn opgeleid. „Een Nederlandse, die ik eigenlijk helemaal niet zo goed kende, had mij getipt bij de projectontwikkelaar, nadat die haar had gevraagd of ze nog een goede kunstenaar kende”, vertelt ze. „Gelukkig had ik net een eigen website geopend, zodat ze mij via Google konden vinden. Het klikte met de architect. Hij heeft me de vrijheid gegeven om met mijn kunstwerk over de volle veertig meter van de gevel de symmetrie van zijn ontwerp te verstoren.”

Vier jaar later zijn de bovenste etages van het winkelpand nog steeds achter doeken verscholen. Links en rechts staan alleen de façades van negentiende eeuwse klassieke panden, daartussen zijn bouwvakkers aan het werk aan het strakke nieuwe pand. Wanneer haar kunstwerk zal worden onthuld, durft Stevens niet meer te voorspellen. „Ik dacht dat het binnen een half jaar zou hangen. Beetje naïef misschien. Je kunt natuurlijk verwachten dat zo’n enorm bouwproject meerdere malen wordt uitgesteld. Begin volgend jaar zal het er hangen. Als zij het niet officieel onthullen, dan ga ik zelf met een paar vrienden champagne tegen de muur gooien.”

Ze vertelt het in een klein huis in het centrum van Amsterdam, waar ze tijdelijk onderkomen heeft gevonden. Ze moest haar huis in Londen uit en pendelt nu heen en weer. „Ik heb veel van mijn vrienden zien vertrekken. Een exodus naar Berlijn. Londen is te duur, het complex met socialewoningbouw in Brixton waar ik woonde is voor de helft verkocht aan particulieren en wordt nu een toplocatie. Een alternatief zoeken zie ik niet zitten. Dan zit je voor 1.200 pond per maand in een verre buitenwijk.”

Ze heeft nog een werkplaats in Londen, waar ze ook kan verblijven. „Voor mijn grote uitbarstingen”, zegt ze. Ze laat een klein gipsen malletje zien dat ze net heeft gemaakt. De inspiratiebron: een mal van een veld met obstructies voor tanks die ze in een modelbouwwinkel zag. „Dat blaas ik dan op in Londen door ze in beton te storten. Als ik eenmaal groot ga werken, dan is het een ontploffing. Ik deel die ruimte met een vriend, een videomaker, die helemaal gek van mij wordt. Al dat stof en cement. Ik zoek nu hier in Nederland eigenlijk een nog grotere ruimte. De garage van mijn ouders in Zeeland lijkt me wel geschikt. Maar dat weten ze nog niet.”

Londense Galeries

upward detail_opt4.psd

Stevens heeft in haar tien jaar in Londen de kunstwereld daar goed leren kennen. Na haar studie kreeg ze direct een residency aangeboden bij ACME Studios, een gewilde plek voor jonge kunstenaars. Ze toont foto’s van de afsluitende expositie in 2014. „Ik heb grote schillen van beton gemaakt”, vertelt ze. „Als je erop afloopt, denk je dat het betonblokken zijn. Maar van dichtbij zijn ze heel dun, heel fragiel. Ze waren eigenlijk niet te vervoeren. Ik heb er na afloop nog een paar meegenomen naar mijn studio. Ik kon ze niet verkopen. Ik had nog even bedacht om ze ’s nachts stiekem in een park te zetten, maar toen kreeg ik het visioen dat een schil zou omvallen bovenop een spelend kind. Ik heb ze in stukken geslagen en weggegooid.”

In die periode voerde ze gesprekken met een aantal van de grote kunstgaleries in Londen. „Dat waren soms fascinerende gesprekken. Je gaat denken dat je heel interessant voor ze bent. En dan zeggen ze plots dat ze al vijf jonge witte vrouwen in portfolio hebben en eigenlijk wel op zoek zijn naar een vrouw, maar liefst uit een achterstandswijk en zwart. Daar zit je dan, blank en blond, en besef je dat het niets wordt.”

Over de Londense kunstwereld heeft ze heel gemengde gevoelens „Londen is niet warm. Het is een plek waar iedereen prestatiegericht is en vooral bezig is met zichzelf. Ook kunstenaars. Galeries omarmen het zelfde type werk en presenteren steeds dezelfde kunstenaars. Hun kunst is heel hermetisch. Buiten kunstkringen kan niemand het volgen. Ik word daar verdrietig van. Als ik niet in een paar zinnen aan mijn zus kan uitleggen waar ik mee bezig ben, dan vind ik dat er iets misgaat.”

Ze pakt een tinnen soldaatje. „Die heb ik aan alle kanten gescand en heb ik zo groot als een mens in 3D geprint. Voor mijn werk Scyles, naar het verhaal van Herodotus over een man die als zoon van een Griekse moeder en Scythische vader tussen twee culturen leefde en uiteindelijk door zijn broer geëxecuteerd wordt als hij kiest zich te initiëren in de Griekse Dionysuscultus. Ik heb hem in polystyreen uitgevoerd en met goudverf ingespoten. Die verf trekt erin en daardoor smelt hij langzaam weg, daardoor krijg je een druipend monster. Dat proces heb ik gefilmd”, vertelt ze. „Maar het is voor mijn gevoel nog niet af, het verhaal is te plat. Ik moet nog broeden hoe het verder moet. Zo werkt het vaak bij mij, ik laat werken vaak een half jaar liggen tot ik bij de kern kom.”

Cabinet War Rooms

Haar geld verdient ze niet met haar kunst, maar als ontwerper. Voordat ze in 2005 naar Londen vertrok voor een bachelors aan Saint Martins College of Art and Design, studeerde ze industrieel ontwerpen aan de TU Delft. Een Londense vriendin met een eigen ontwerpbureau vroeg haar te helpen bij een grote klus voor het Natural History Museum. Nu zijn ze samen bezig aan een nieuwe entreeruimte voor de Cabinet War Rooms in Londen, voordat je de oude oorlogsverblijven van Churchill en zijn staf in de oude bunker ingaat. Voor de London Underground mocht ze een animatie maken waarin toekomstvisies voor de metro werden verbeeld. En terug in Nederland legde ze contact met oude vrienden uit Delft. „Het is waanzinnig hoe dat netwerk na al die jaren nog leeft. We ontwerpen nu samen een bezoekerscentrum voor Lauwersoog.”

Ze noemt het „soms frustrerend dat ze niet volle bak als kunstenaar door kan” en ziet het ontwerpen ook niet als verlengstuk van haar kunstenaarschap. „Integendeel, voor mij zijn het twee uitersten. Als ontwerper moet je snel een oplossing hebben. Het is een puzzel oplossen om te voldoen aan alle verlangens van je opdrachtgever. Je kunt niet als kunstenaar het hele register van mogelijkheden aflopen, kunt het werk ook niet een tijdje laten liggen. Er is altijd een grote tijdsdruk.”

Met de inkomsten als ontwerper kan ze zich de buitenlandse reizen veroorloven die ze als kunstenaar wil maken. Ze wil weer naar Odessa, waar ze eerder al een film maakte. En ze is net terug van zes weken in Mexico. Daar heeft ze samengewerkt met haar Chileense oud-studiegenote Maite Zabale Meruane in een werkplaats van Talavera-keramiek in Puebla. Eerder werkten ze samen tijdens een residency in Canada. „Daar, in Banff, zijn we begonnen aan een gezamenlijke installatie, een cumulatief werk dat voor het eerst te zien was in een museum in Edmonton. Hierna gaan we naar Santiago, waar zij woont, en ik hoop dat we er ook in Nederland samen verder aan kunnen werken en het kunnen laten zien.”

‘De garage van mijn ouders lijkt me wel geschikt. Maar dat weten ze nog niet.’

Dat Zabale Meruane uit een andere cultuur komt, versterkt haar eigen werk, denkt ze. „Het is een mystieke manier van samenwerken, omdat we zo verschillend zijn. Maite gaat meer uit van het religieuze en spirituele. Zij denkt ook alles van tevoren uit in haar hoofd. Ik deconstrueer. Ik wil iets uit elkaar halen en dan opnieuw opbouwen. Bij mij breken vaak dingen en dan ga ik het op mijn eigen manier aan elkaar lijmen.”

Voor haar reizen naar Canada en Mexico kreeg ze financiële ondersteuning van het Mondriaan Fonds. „Er zijn dus in Nederland mensen die mijn werk waarderen. Maar ik zou mijn werk meer in Nederland willen laten zien. Ik ben alleen niet zo goed in netwerken, ik moet hier nog meer voet aan de grond krijgen.”

Of ze ooit van de verkoop van haar kunst kan leven, weet ze niet. Ze hoopt het wel. Maar produceren voor de markt, daar voelt ze niet voor: „Van verkoop raak ik in de war. Bij mijn kunst wil ik niet aan iemands vraag beantwoorden. Als het helemaal af is en iemand dan oprechte belangstelling heeft, dan is het goed.”

    • Daan van Lent