Archeologen vinden handgegraven tunnel uit Nazi-massagraf

12 mensen wisten het bloedbad van Paneriai te ontsnappen door met de hand een 30 meter lange tunnel te graven.

Het massagraf in Paneriai van waaruit een ontsnappingstunnel werd gegraven. Foto Juliux / Wikimedia Commons

Het kostte 76 dagen, maar toen had een groep van 80 Joodse gevangenen een ontsnappingstunnel gegraven. Met lepels en hun blote handen hadden ze een 30 meter lange tunnel gemaakt vanuit de kuil waarin zij gevangen werden gehouden. Zo wisten 12 mensen een zekere dood te ontlopen. Die tunnel is nu, ruim 70 jaar later, gevonden door een team archeologen. De ontdekking is door het Amerikaanse programma PBS Nova gefilmd voor een documentaire over de ontsnapping.

De Joodse gevangenen werden door Nazi’s vastgehouden in Paneriai, in de buurt van de Litouwse hoofdstad Vilnius. In Paneriai zijn tussen 1941 en 1944 zo’n 100.000 mensen, onder wie 70.000 Joden, door Litouwse collaborateurs vermoord en in massagraven gedumpt. Het was één van de eerste plekken waar de Nazi’s hun Endlösung, de genocide op Joden, tot uitvoering brachten.

Lijkencommando

Toen duidelijk werd dat het Russische leger Litouwen in zou nemen, wilden de Nazi’s het bewijs van het bloedbad van Paneriai vernietigen. Ze dwongen 80 Joden om lichamen op te graven en te verbranden. De groep werd het Lijkencommando genoemd.

Maandenlang verbrandden zij lijken van slachtoffers, waarbij één man zelfs het lichaam van zijn vrouw en twee zussen zou hebben herkend. Maar de gevangenen vreesden dat zij zelf ook vermoord zouden worden zodra hun werk was afgerond. Daarom groeven zij een tunnel en waagden zij op 15 april 1944 een ontsnappingspoging. Achtervolgd door bewakers met geweren en honden wisten 12 gevangenen weg te komen.

Bewijs van de ontsnapping was er niet: een eerdere poging om de tunnel te vinden mislukte in 2004. Bij die poging werd alleen de ingang van de tunnel gevonden. Op basis van de verklaringen van ontsnapte gevangenen ging een nieuw team met radarapparatuur op zoek - met succes.