Turkije in de frontlinie in de strijd tegen jihad

Terreur Erdogan wil af van kwalificatie ‘jihadistensnelweg’ en roept op tot gezamenlijke anti-terreuracties.

Toeristen zoeken dinsdagavond steun bij elkaar na de aanslag op luchthaven Atatürk in Istanbul. Foto Emrah Gurel/AP

Wie dacht dat het een rustige zomer zou worden in Turkije, heeft het mis. Terroristen maakten dinsdag opnieuw pijnlijk duidelijk dat het land een van de frontlinies is in de wereldwijde strijd met jihadisten. De aanslag komt een dag na een poging van de Turkse regering om de relaties met Israël en Rusland te verbeteren. Bij Erdogan c.s. was het besef doorgedrongen dat wie stabiliteit wil, bondgenoten nodig heeft.

Het staat nog niet vast wie de drie mannen waren die dinsdagavond rond half tien uit een taxi sprongen en de entree van de grote luchthaven Atatürk binnendrongen. Een van hen schoot eerst met een automatisch wapen om zich heen voordat ze zich alle drie opbliezen. De tussenstand is dat ze daarbij 36 omstanders met zich mee de dood innamen en 147 mensen verwondden. Vermoedelijk loopt het dodental nog op.

Bij ziekenhuizen in Istanbul worden een voor een de geïdentificeerde lichamen teruggegeven aan nabestaanden die buiten staan te wachten en luisteren naar het omroepen van de namen. De verdenking gaat naar IS. Volgens de aanklager die het onderzoeksteam leidt, lijkt het erop dat de daders geen Turken waren.

Dat zou voor velen in Turkije een opluchting zijn. Want steeds blijft daar die verdenking dat Turkije het land is waar ongezond veel sympathie bestaat voor soennitische milities, zoals IS, die in Syrië tegen Assad en Koerden vechten. In het voorjaar van 2015 stond volgens opinieonderzoek 8 procent van de bevolking positief tegenover IS. Mede daarom staat Turkije bekend als ‘de jihadistensnelweg’, het land waar IS’ers zich met te veel gemak doorheen bewegen.

Op regeringsniveau is die sympathie de afgelopen twee jaar razendsnel verminderd. Het is beduidend moeilijker geworden voor jihadisten om Turkije in of uit te komen. Geregeld worden IS-cellen opgerold. De vraag is of dat de risico’s voor Turkije zelf heeft vergroot of verkleind.

Turkije is structureel kwetsbaar

290616VP_aanslaginstanboel

290616VP_aanslaginstanboel

Turkse media op de hand van de regering zien in de aanslagen een straf van jihadisten voor het aanhalen van de banden met de vijanden Israël en Rusland. Analisten wijzen dat echter van de hand. Onder meer omdat voor zo’n gecoördineerde aanval meer voorbereidingstijd nodig is dan bij een spontane reactie op politieke ontwikkelingen eerder op de dag.

Wat de timing betreft valt op dat het gebeurt vlak voor IS ‘twee jaar na het uitroepen van het kalifaat’ viert, vindt de Turkse Midden-Oostenexpert Serhat Erkmen. Hij wijst er in een uitzending van de Turkse Deutsche Welle op dat Turkije structureel kwetsbaar is doordat het grenst aan Syrië en Irak .

De terreurorganisatie heeft fanatiek geworven onder Turken. Afgelopen maanden is dat onderkend door de overheid. Erkmen wijst op een derde groep waar tot nu toe weinig aandacht voor is: „Vergeet niet dat veel buitenlandse IS’ers vast zitten in Turkije. Ze kunnen noch naar Syrië, noch naar hun eigen land.” Bij invallen in Turkse IS-schuilplaatsen in juni alleen al werden 61 mensen opgepakt, waarvan er 43 buitenlanders waren.

President Erdogan zei na de aanslag te hopen dat het een „keerpunt wordt in de gezamenlijke worsteling van Westerse landen en de hele wereld tegen terreurorganisaties.” Terroristen maken volgens hem geen verschil tussen Istanbul, Londen, Ankara, Berlijn, Izmir en Chicago, of Antalya en Rome. Na de zesde aanslag in de twee grootste Turkse steden sinds begin van het jaar is het de vraag of dat nog is vol te houden.

    • Marloes de Koning