Mode voor de reizende man

Mannenmode Parijs

Veel grote rugzakken, sportieve broeken en stevige schoenen tijdens de mannenmodeweek in Parijs.

Mode is op zijn best als de catwalk weergeeft wat er in de wereld speelt. Die parallel was nooit heel ver weg, tijdens de mannenmodeweek in Parijs. Dit is duidelijk geen moment voor powerdressing, frivoliteiten of overduidelijke luxe. De mannenmode voor voorjaar 2017 is casual, understated, praktisch en soms gevoelig.

Modellen zagen er vaak uit alsof ze op reis waren, en dan niet een reis van het vijfsterrensoort. Alleen bij Louis Vuitton zou je in de verwijzingen naar Afrika (zebrastrepen, Afrikaans kralenwerk, door de Chapman-brothers bewerkte tekeningen van giraffen en zebra’s) nog kunnen denken aan een geheel verzorgde safari, al stelden zachte mohair sweaters en geruite broeken en shirts die geïnspireerd waren op punk dat beeld wel enigszins bij.

Bij andere merken overheerste de low key reiziger: een man die festivals afgaat of kampeert (de positieve interpretatie) of misschien zelfs op de vlucht is en probeert te overleven (de sombere). Veel grote rugzakken, sportieve broeken en stevige schoenen. Heel veel camouflageprints. Kledingstukken die het midden leken te houden tussen jassen en tassen en soms deden denken aan een variant voor het bovenlichaam van de aloude afritsbroek en constructies waarbij drie tassen tegelijk om het lichaam gingen (bij Givenchy). Punkinvloeden (behalve bij Louis Vuitton ook bij Dior Homme). Als er al decoratie was, dan was die artisanaal, zoals bij de mooie patchwork kledingstukken van Dries Van Noten en de lieflijke, los gebreide truien van Ann Demeulemeester. Bij Lanvin zagen de modellen er een tikje ruig en verwilderd uit, bijna alsof ze in hun iets te korte en hoge broeken en kreukelige shirts met wijde halsopeningen hadden geslapen. Gekleurde veters in de taille deden denken aan functioneel nylon touw, sjaaltjes waren gerafeld, in sommige ceintuurs was een liefdesgedicht geweven.

Hét mannenmodekledingstuk voor voorjaar 2017 is de regenjas; bijna alle modehuizen lieten er een zien, variërend van trenchcoats (bij Dior Homme en Dries Van Noten) tot plastic exemplaren (bij heel veel ander modehuizen).

Bij Acne Studios draaide bijna de hele collectie om regenjassen, soms kort als een overhemd, soms zo lang en wijd dat het richting tent ging. Ook bij het Japanse Comme des Garçons droeg de meerderheid van de modellen een transparante plastic jas, met soms alleen een onderbroekje eronder). Regen, in letterlijke of figuurlijke zin, was voor ontwerper Rei Kawakubo duidelijk niet de inspiratiebron. Het haar van modellen had de vorm van een kroon gekregen, en op de jassen stond ‘The king is naked’, naar het sprookje De nieuwe kleren van de keizer, een gedurfde verwijzing voor een modeontwerper.

Toch was er ook nog wat optimisme te vinden in de collecties. In het kanariegeel bij Hermès, bijvoorbeeld, en het roze bij het Japanse Sacai en de combinatie van oranje en roze bij het Antwerpse modehuis Haider Ackermann.

In veel shows zou je ook een oproep tot tolerantie kunnen lezen. Lemaire bracht het knielange mouwloze overhemd over de broek naar de catwalk, een typisch (Noord)-Afrikaanse mannendracht. En niet vaak liepen zoveel donkere modellen mee in de mannenmodeshows als de afgelopen dagen. Paul Smith, die een vrolijk gekleurde, casual collectie net rasta-invloeden liet zien op een regenboogcatwalk, had een bijna geheel donkere cast. ‘Peace’, stond er de T-shirts.

    • Sandra Smallenburg