‘Inkomensongelijkheid al vijftien jaar stabiel’

Nederland behoort al jaren tot de EU-lidstaten met de meest gelijke inkomensverdelingen.

Foto: Lex van Lieshout / ANP

De inkomensongelijkheid in Nederland is ondanks de economische crisis al bijna vijftien jaar stabiel. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. De inkomensverschillen zijn in Nederland relatief klein. Samen met de Scandinavische landen behoort Nederland al jaren tot de EU-lidstaten met de meest gelijke inkomensverdelingen.

De inkomensongelijkheid wordt gemeten met behulp van de zogenaamde Gini-coëfficiënt. Dit is een getal tussen de nul en de één waarin de nul correspondeert met perfecte gelijkheid en de één met complete ongelijkheid.

Nederland presteert al jaren rond de 26 en is hiermee samen met België, Noorwegen, Zweden, IJsland, Finland en Tsjechië een van de landen waarin de inkomensongelijkheid het kleinst is. Het gemiddelde in de Europese Unie lag in 2014 op 30,9 met uitschieters in Estland met 35,6 en Letland met 35,5.

Lichte stijging 2007

Alleen in 2007 was een lichte stijging te zien. Volgens het CBS heeft dit te maken met een fiscale maatregel die het voor directeuren-grootaandeelhouders aantrekkelijk maakte zichzelf in dat jaar veel dividend uit te keren.

Onder jongeren is de inkomensongelijkheid wel toegenomen. Vanwege de verslechterde kansen op de arbeidsmarkt tijdens de economische crisis gingen meer jongeren langer doorleren. Bij zelfstandigen nam de ongelijkheid tijdens de crisis juist af. De groep zelfstandigen groeide en het gemiddeld inkomen steeg aan de onderkant en daalde aan de bovenkant.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken zegt volgens het ANP: “Maar welvaart is meer dan alleen euro’s. Dat is ook goede zorg, sociale zekerheid, goed onderwijs en de zekerheid van werk. Daar werken we aan.”

Vermogensongelijkheid nam toe

De ongelijkheid in Nederland zit niet in inkomen maar in vermogen. Begin 2014 was 86 procent van het vermogen in handen van de twintig procent meest vermogende huishoudens, volgens het CBS. Dankzij de ingestorte woningmarkt in de vermogensongelijkheid toegenomen. Vooral woningbezitters met een hoge hypotheekschuld werden getroffen door de instortende woningmarkt. Huishoudens met een hoger vermogen, die vaak ook spaartegoeden of effecten hebben, werden hierdoor minder geraakt. Dankzij de aantrekkende woningmarkt is er vanaf 2014 een einde gekomen aan de stijgende vermogensongelijkheid.

    • Belia Heilbron