Hoe Brexit de pensioenen verder pijnigt

Pensioenen De meeste pensioenen zijn al jaren bevroren. Toen kwam de waarschuwing van de eerste verlagingen. Maakt Brexit het nog erger?

Foto Istock

Het deed pijn.

Het doet pijn.

En het blijft pijn doen.

De hoogte van de (toekomstige) pensioenen van meer dan twaalf miljoen Nederlanders wordt nog dieper in onzekerheid gedompeld als gevolg van de Brexit – de keus van de Britten om uit de Europese Unie te stappen.

Op de financiële markten vluchtten bange Britse beleggers in de veiligheid van Britse staatsobligaties en bange Europese beleggers in Duitse staatsobligaties. Zij dreven de koersen op. Gevolg: de rendementen op veilige beleggingen dalen. En die rendementen op staatsobligaties zijn al zo laag, soms zelfs negatief. En juist die ultralage rendementen moeten de pensioenfondsen gebruiken om de huidige waarde te becijferen van de pensioenen die ze hebben toegezegd. Daar zit de bijtende pijn.

Vorige maand publiceerde De Nederlandsche Bank, die toezicht houdt op de pensioenwereld, al een alarmerend rapport over de gevolgen van lage rente. Dat was gebaseerd op de stand van zaken in 2015 en het eerste kwartaal van dit jaar. Op basis van die analyse was de conclusie: 1,8 miljoen pensioengerechtigde Nederlanders, werknemers én gepensioneerden, krijgen volgend jaar minder pensioen. Dat kost hun gemiddeld 0,5 procent. Zo slecht staan de pensioenfondsen er inmiddels voor.

Maar, zo waarschuwde De Nederlandsche Bank, bij nieuwe scherpe rentedalingen en/of bij een beurskrach, gaat er geld af van de pensioenen van nog veel meer mensen.

Uitzichtloos

Dat scenario wordt nu actueel. De verder gedaalde rente is de boosdoener. Een uitzichtloze financiële situatie dreigt. De pensioenen zijn immers al jarenlang bevroren: ze worden, in tegenspraak tot de beleden ambities van de pensioenwereld, niet verhoogd met de inflatiestijging. Nog een gelukje dat de prijsstijgingen de laatste jaren ook historisch laag zijn.

Als de rendementen op staatsobligaties zo laag zijn als nu, moet je als pensioenfonds vandaag al een hoog bedrag achter de hand hebben om straks die pensioenen te betalen. Want je verdient jaarlijks bij een laag rendement maar heel weinig geld. Elke keer dat de rente daalt, moet je dus als pensioenfonds meer geld achter de hand hebben.

In deze crisis nadert het moment waarop de armoede verdeeld moet worden

Die stijgende pensioentoezeggingen moeten gefinancierd worden uit de waarde van de beleggingen. Maar die beleggingen zakten in de twee dagen na Brexit als een plumpudding in elkaar. Dinsdag volgde enige herstel. Het goede nieuws is dat in zo’n bijna-beurspaniek de waarde van beleggingen in obligaties stijgt. Maar het slechte nieuws is dat de aandelenbeurs lelijke verliezen boekte. Hoe deze gevolgen zich laten gelden verschilt per pensioenfonds. Dat is afhankelijk van de samenstelling van de beleggingen (hoe meer aandelen, hoe meer pijn) en van de mate waarin pensioenfondsen zich hebben ‘verzekerd’ tegen nieuwe rentedalingen. Hoe meer verzekering, hoe minder pijn.

Dé graadmeter van de financiële positie van een pensioenfonds is de verhouding tussen de waarde van de beleggingen en de verplichtingen. Neem het grootste (373 miljard beleggingen eind maart) Nederlandse pensioenfonds, ABP, dat voor ambtenaren en leraren werkt. De dekkingsgraad was per eind mei 91,9 procent. Dramatisch laag. Bij een dekkingsgraad van 100 procent zijn de beleggingen en de toezeggingen net in evenwicht, en is er dus geen kreukelzone om tegenslagen als een Brexit op te vangen. Een dekkingsgraad van 91,9 procent schiet tekort. Vandaar de zorgelijke toon op de website van ABP: de kans dat we de pensioenen in 2017 moeten verlagen wordt groter.

Wat te doen?

De positie van de pensioenwereld is des te zorgelijker, omdat de pensioenbestuurders de facto zijn uitgespeeld. Ze kunnen de pensioenpremies nog verhogen, maar de werkgevers die grosso modo 60 procent van de premie betalen zien hen aankomen. Pensioenpremies zijn arbeidskosten. In hogere kosten heeft men geen trek. Bovendien: de pensioenfondsen hebben zoveel beleggingen en verplichtingen, dat een verhoging van de pensioenpremies niet echt aantikt. Drie getallen ter illustratie: in 2014, het meeste recente jaar bij de statistieken van De Nederlandsche Bank ging het om 32 miljard euro pensioenpremies, om 1.134 miljard euro beleggingen en 1.070 miljard euro pensioenverplichtingen. Als er bij de beleggingen een gat valt, moet de premie in één klap met tientallen procenten omhoog.

Vandaar die zorgelijke mededeling op de ABP-website. Pensioenen zijn een rijk bezit, maar in deze crisis nadert het moment waarop de armoede verdeeld moet worden. Alleen met een lager pensioen kunnen de pensioenfondsen de tering naar de nering zetten. Dat lagere pensioen voelen de huidige ouderen meteen in hun portemonnee. Werkenden hebben er eveneens last van, want ook hun pensioentoezegging wordt verlaagd. Maar dat is voor hen nu nog een papieren verlaging.

De meeste ouderen raken door de pensioenkorting niet aan de bedelstaf, want de AOW legt een financiële basis. Maar de verlagingen voeden het gevoel van machteloosheid en verspeeld vertrouwen. Het zag er zo goudgerand uit, toen zij nog werkten en voor hun pensioen spaarden.

    • Menno Tamminga