Opinie

Gebrek aan realiteitsbesef bij ondernemingsraad politie

De korpsleiding van de Nationale Politie laat een ‘oriënterend onderzoek’ doen naar de ‘doelmatigheid’ van de uitgaven van de Centrale Ondernemingsraad, zo werd vorige week bekend. In afwachting daarvan is de voorzitter, Frank Gilthay, afgetreden als voorzitter.

Inmiddels zijn er al wat feiten boven water die de vraag oproepen of een onderzoek naar ‘doelmatigheid’ niet te bescheiden is geformuleerd. Anders gezegd: of de geldverspilling, de grandioze vergadercultuur, de extreme uitgaven aan organisatie-, communicatie- en reputatieadviseurs niet op iets anders duiden. Namelijk gebrek aan integriteit, competentie en intelligentie bij de ondernemingsraad en de korpsleiding die dit goedkeurden.

Bij iedere ondernemingsraad zijn incidenteel cursussen noodzakelijk, meestal gegeven in sobere vergaderlocaties op de Veluwe. Doorgaans bedoeld om het verschil tussen advies- en instemmingsrecht te leren. En hoe de belangrijkste bevoegdheden uit de Wet op de Ondernemingsraad te hanteren. Zeker bij een nieuwe ondernemingsraad als bij de Nationale Politie moet iedereen zijn rol nog leren en is vorming en opleiding dus niet vreemd.

De ondernemingsraad van de politie is daarbij echter stevig uit de bocht gevlogen. Er werd vergaderd in een duur watersportcentrum, feest gevierd in het Amstel Hotel, gereisd naar Curaçao met partners en nette kleding aangeschaft op kosten van het korps. Dit alles in het kader van ‘reputatiemanagement’, waarvoor diverse prijzige toverdokters werden ingehuurd, gespecialiseerd in uiterlijkheden en organisatieflauwekul. Naar verluidt overschreden de vertegenwoordigers van het politiepersoneel hun al vrij ruime budget van 1,6 miljoen euro met ruim 2 ton.

In het licht van de reorganisatiekosten van de politie van 230 miljoen is dat een bescheiden post. Maar dat maakt het niet minder ernstig; de politie komt geld tekort, op arbeidsvoorwaarden wordt bespaard, net als op bureaus en materieel. Nog maar onlangs stapte Inge Philips, het plaatsvervangend hoofd van de Landelijke Recherche op, omdat ze de besparing van 40 miljoen op online-opsporing onjuist vond. Dat de COR van een organisatie onder zulke financiële druk zelf het geld liet rollen, duidt dan op een gebrek aan realiteitsbesef en overschatting van de eigen rol.

Waarom de vorige korpschef, Gerard Bouman, dit toeliet dan wel mogelijk maakte, is onderwerp van speculatie. Werd hier een potentieel controlerende instantie geneutraliseerd c.q. het bos ingestuurd met een te ruim budget, een vrije opdracht en een grandioos zelfbeeld? Vooralsnog heeft de COR zichzelf beschadigd en daarmee de nationale politie. Graag rekening en verantwoording.