Opinie

    • Hans Beerekamp

Film Bemelen toont uitstervend Europa

Het gaat niet goed met Bemelen, een kerkdorp in het Mergelland, op een kwartiertje fietsen van Maastricht. De school is dicht, de voetbalvereniging telt te weinig leden en de overgebleven bewoners moeten dubbelfuncties vervullen: postbode en misdienaar, terreinknecht en mantelzorger.

In Hans Heijnens bijzonder fraaie documentaire Bewakers van Bemelen, een productie van regionale omroep L1, waarvan 2DOC/NTR een verkorte versie uitzond, maken we kennis met twee ongetrouwde broers, Pierre en Willie, hun verstandelijk beperkte vriend Paul en goede vriendin Tiny. We ontmoeten nog meer dorpsgenoten, maar bijna niemand van onder de zeventig.

Aan het begin formuleert Pierre zijn wereldbeeld: „Ik wil nooit iets veranderen. Alles moet blijven zoals het is.” Maar als er geen kinderen meer bij komen in het dorp, en je met de nieuwkomers, maar ook met de golfende of wandelende toeristen, niets kunt beginnen omdat ze jouw taal niet spreken, dan wordt het lastig om niet verbitterd te raken.

Tegelijkertijd is het moeilijk om als kijker niet gecharmeerd te raken van deze in nostalgisch licht badende microcosmos. Het is een overzichtelijke wereld, met als ijkpunten de Amstel Gold Race, de jaarlijkse sacramentsprocessie en het honderdjarig bestaan van de harmonie.

Je zou kunnen zeggen dat deze mensen nou die verliezers van de globalisering zijn, slachtoffers van de krimp, naar wie de elite maar niet luisteren wil. Oud, laag opgeleid en ruraal: als ze de kans krijgen, saboteren ze de vooruitgang via de stembus, want ze hebben toch weinig te verliezen.

Maar Heijnen laat ook bijna terloops de keerzijde zien. Tiny's echtgenoot Servé, een vrachtwagenchauffeur die na een hersenschudding een beetje typisch is geworden, gaat twee keer per jaar naar Cuba. Daar schijnt de zon altijd en hebben de meisjes nooit hoofdpijn, zegt Servé.

Tiny trekt weer eens aan een kingsize sigaret en zegt met haar hese alt dat ze hem wel doorheeft: „Daar kun je met geld smijten en achter de wijven aan.”

Aan Servé biedt de globalisering dus juist kansen. En ook No, verse weduwnaar, vertrekt naar Thailand. Wat zou je in Bemelen blijven?

Zijn vrouw José sterft op de ochtend van de carnavalsoptocht. Pierre, ook lid van de Raad van Elf, legt uit dat tijdens de tocht tot voorbij de bocht van haar huis de muziek even stilhoudt. Zelf heeft hij nog drie duizend dagen, volgens de dokter. Hij telt ze af.

Het is prachtig geobserveerd, maar laten we wel bedenken dat deze uitstervende wereld niet meer te redden valt, met of zonder toerisme of forensen. Dit was het Europa van weleer, vanzelfsprekend superieur aan de rest van de wereld. De Cubanen en de Thai komen eraan, vroeger of later, om ons uit die droom te helpen. Laten we ze verwelkomen in plaats van wantrouwen als ze voor de verandering eens naar ons toe reizen. Nu alleen nog de Bewakers van het globale Bemelen daarvan zien te overtuigen.

    • Hans Beerekamp