Een kansloze nestlocatie

Waarom bezemden eerdere bewoners het meerkoetennest op zijn terras de gracht in, vraagt redacteur Arjen Ribbens zich af.

Op het drijvende terras achter ons grachtenpand nestelen ieder voorjaar meerkoeten. De vorige bewoner van ons huis moest weinig hebben van die zwarte schreeuwlelijkerds; de buren vertellen hoe hij de nesten elk jaar met eieren en al de gracht in bezemde.

Voor dat vogelvijandige gedrag heb ik steeds meer begrip gekregen. Vier lentes achtereen ben ik in het nestseizoen getuige geweest van sinistere taferelen. Meeuwen die eieren gappen en reigers die jongen verorberen, oké, dat is de natuur.

Ronduit deprimerend is dat de meerkoeten het kansloze van de nestlocatie niet willen inzien. Voor jongen die te water gaan, is er geen weg terug; het terras ligt te hoog op het water. Een plankiertje dat ik uit goedertierenheid aanbracht werd versmaad, of niet begrepen.

Nesten met soms dertien eieren heb ik geteld – maar het netto resultaat na vier jaar is nul jonge meerkoeten. Nul.

Dit jaar hebben we een zwakzinnig meerkoetenpaar te gast, een andere conclusie is er niet. Enkele weken geleden legden ze zeven eieren, direct op de houten planken (foto 1). Als een marktkoopvrouw tussen haar bloemkolen zat het vrouwtje tussen haar eieren, te broeden op niks.

Het mannetje ging intussen op zoek naar nestmateriaal. Na een week van gescharrel lagen de eieren alsnog in een bescheiden constructie. Maar gebroed werd er nog steeds niet; de eieren lagen als garnering aan de binnenrand van het nest (foto 2).

Inmiddels doet het nest denken aan een oude foto die ik ooit zag van een geesteszieke vrouw. In haar isoleercel had de vrouw van het stro in haar matras een duister kunstwerk gemaakt. Het meerkoetennest lijkt daarop: een verwaaid kapsel met hier en daar een ei (foto 3). Zelfs de meeuwen tonen geen belangstelling.