Na uren stemmen resteert een halve zetel in de Veiligheidsraad

Veiligheidsraad

Na een jarenlange campagne en vijf vruchteloze stemrondes in New York kwam Nederland tot een onconventioneel compromis met Italië: elk land mag voor één jaar aanschuiven, Italië als eerste.

Foto AFP / Kena Betancur

Het resultaat was maar de helft van wat Nederland wilde, maar de gezichten van de Nederlandse delegatie bij de Verenigde Naties in New York ogen opgelucht. Na een lange dag vruchteloos stemmen, en een urenlange impasse met Italië, heeft Nederland tóch een zetel in de VN-Veiligheidsraad veroverd.

De oplossing was onconventioneel: volgend jaar, het eerste jaar van de termijn, neemt Italië de zetel in. Het jaar erop, in 2018, mag Nederland een jaar. Maar, zegt de Nederlandse delegatie, het glas is half vól, niet halfleeg.

Minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) had ingezien na vijf slepende stemrondes in de Algemene Vergadering dat er simpelweg niet meer inzat. Hij nam persoonlijk het initiatief voor een deal. Dit was de enige manier om toch een plek in de Veiligheidsraad te veroveren, zegt hij. Nederland voert al jarenlang campagne voor de zetel.

De plek is prestigieus, maar de Nederlandse regering wil de positie vooral gebruiken om meer te zeggen te hebben over conflicten in de wereld, vredesoperaties, of ontwikkelingssamenwerking. In de Veiligheidsraad zitten vijftien landen, dat praat makkelijker dan in de Algemene Vergadering van 193 landen.

Vijf keer eerder zat Nederland in de Veiligheidsraad, en altijd leverde een kandidatuur een zetel op. Maar deze keer was dat anders. West-Europa levert twee zetels voor de niet-permanente leden van de Veiligheidsraad. Voor die twee zetels waren drie kandidaten: Zweden, Italië en Nederland.

Er moest dus campagne gevoerd worden. De verschillen in plannen tussen deze landen zijn minimaal, en details tellen. Het Nederlandse Oekraïne-referendum steekt bij sommige landen, maar Nederland levert weer relatief veel aan vredesmissies. Nederland profileerde zich bovendien als collectief, omdat ook Curaçao, Aruba en Sint Maarten deel uitmaken van het Koninkrijk.

Nederlandse ministers op werkbezoek, diplomaten, de koning – iedereen die de afgelopen jaren een buitenlandse reis maakte, moest ook even reclame maken voor de zetel. Twee weken geleden organiseerde Nederland nog een voetbaltoernooi op het VN-terrein, met Frank Rijkaard en de Nigeriaan Nwankwo Kanu.

Toch haalde in de eerste ronde niet Nederland, maar Zweden meer dan het benodigde aantal van 128 stemmen. Wat Zweden de winst opleverde, was onder meer dat het als eerste grote Europese land in 2014 Palestina erkende, een pre bij veel VN-lidstaten.

Nederland kwam maar een paar stemmen tekort in de eerste ronde. VN-reglementen schrijven voor dat er hierna net zo vaak gestemd moet worden totdat één land tweederde van de stemmen heeft gehaald. Dat kan lang duren. In 1979 kwamen Cuba en Colombia na 154 stemmingen nog niet tot een winnaar, waarna Mexico zich in ronde 155 opwierp als compromiskandidaat. Daar waren destijds vijf dagen van stemmingen voor nodig.

In de pauzes tussen de stemmingen door probeerden Nederlandse diplomaten maandag de andere landen om te praten. Ze gingen rond met doosjes stroopwafels en houten tulpen. Diplomaten, de mannen met oranje das, maakten eindeloze rondes over de volle vergaderzaal, op zoek naar ambassadeurs van landen die nog niet in het Nederlandse kamp zaten. Dat is niet eenvoudig, want de stemming was geheim.

Maar, zegt Koenders achteraf, steeds duidelijker werd dat die strategie geen effect zou hebben. Er deed zich een probleem voor: wat nu? Vooraf was rekening gehouden met een of twee extra stemrondes, maar met het scenario van een totale patstelling was geen rekening gehouden. „Maar zo werkt politiek”, vertelt Koenders na afloop. „Je moet improviseren en snel handelen.”

Na de vijfde ronde, een uur of zeven na de eerste stemming, staakten de stemmen (95 tegen 95). Dat was volgens Koenders „een kans om snel in te koppen”, want bij deze stand kon geen van beide partijen meer eisen stellen dan de andere. Hij liep op zijn Italiaanse collega Paolo Gentiloni af. Dit zou nooit wat worden, zei hij. De Nederlandse en Italiaanse delegaties trokken zich een uur terug voor overleg, en werkten daar hun compromisvoorstel uit. Er moet later deze week nog over gestemd worden, maar dat is een formaliteit.

Gentiloni en Koenders besloten van de nood een deugd te maken, en er een demonstratie van Europese eenheid van te maken. Het Britse referendum en de chaotische politieke dagen in Brussel hebben dat beeld buiten Europa vertroebeld. „Juist in deze week is het belangrijk dat Europese landen laten zien dat ze wel kunnen samenwerken”, zegt Koenders. „

Het is innovatief, in de traditie van het Poldermodel.”

Andersom kun je ook redeneren: wat als Nederland en Italië in de week na de Brexit dit spel eindeloos hadden doorgespeeld? Nederland en Italië hebben afgesproken dat als het ene land de zetel bezet, er wel overleg is met het andere land. Ze zullen met elkaar bespreken wat er gezegd gaat worden. Ook zullen de landen informatie en dossiers delen. Op die manier hebben ze minder last van een verloren jaar.

Paolo Getolini zegt tijdens een persconferentie dat de deal ‘een pro-eenheid’-afspraak is. „Dus een anti-Brexit-gebaar?”, vraagt een journalist. ,,Absoluut”, flapt Gentiloni eruit. Dan is hij even stil, en zegt hij, zoals was afgesproken: ,,Nee, pro-éénheid.”

    • Guus Valk