Een goed idee nodig? Relax!

Eureka! Zelfs de grootste denkers gebruiken hulpmiddelen om tot nieuwe inzichten te komen. Les één: voorkom stress.

Foto Getty Images

Steve Jobs wandelde dagelijks een uur naar zijn werk. Filmmaker David Lynch mediteert een paar keer per dag en fotograaf Gregory Crewdson zwemt lange afstanden om zijn artistieke vermogen aan te wakkeren. Zelfs bij beroemde creatievelingen komen goede ideeën niet altijd uit de lucht vallen. Creativiteit is iets dat je kunt stimuleren. Maar hoe kom je op goede ideeën? En hoe houd je ze vast?

Les één: voorkom stress. In een chaotische en drukke periode komt niemand op een goed idee, zegt neuropsycholoog Erik Scherder, verbonden aan de VU in Amsterdam. Met voldoende rust kun je het brein grotendeels zelf het werk laten doen: „Het gedeelte dat in je hersens creativiteit stimuleert is onderdeel van het zogenaamde default-netwerk: gebieden die vooral actief zijn in staat van rust en wanneer je niet bezig bent met de wereld om je heen.”

Ook beweging, zoals wandelen of fietsen is volgens de neuropsycholoog een must. „Een goede doorbloeding en stofwisseling in het brein stimuleert de hersenactiviteit en genereert dus ook het creatieve netwerk.”

Hoewel een actief brein nodig is om te associëren en na te denken, is eindeloos ploeteren op een dilemma volgens Scherder volkomen zinloos. Het idee tijdelijk loslaten, of afstand nemen door middel van slaap of beweging, is cruciaal om het default-netwerk een kans te geven.

Weg van de computer

Creativiteit en het gebruik van een groter hersengebied kunnen tevens worden gestimuleerd door nieuwe uitdagingen aan te gaan. Iets nieuws leren gaat vaak gepaard met het oplossen van problemen, wat het geheugen verbetert. Ook op het werk kun je dit in de praktijk brengen, aldus Scherder: „Volg bijvoorbeeld een cursus over een onderwerp waar je nog niets van af weet. Of neem een opdracht aan waarbij je gedwongen wordt uit je comfortzone te treden.”

Stap daarnaast weg van het computerscherm, want te veel screen time is dodelijk voor je creativiteit. Maak liever een ommetje of doe een boodschap tussen je werkzaamheden door. En laat daarbij vooral je telefoon op je bureau liggen. Gegarandeerd dat je bij het koelvak van de supermarkt opeens de inval krijgt waar je zo lang op zat te wachten.

Wie ervoor wil zorgen dat zijn of haar goede idee vervolgens tot iets concreets leidt, moet vooral even flink doorpakken, zegt Jeroen Dontje, oprichter van Ideamakers.amsterdam en auteur van het boek De dag na de brainstorm. Als hoofd internationale creatieve ontwikkeling bij Endemol, hielp hij wereldwijd diens creatieve teams om tot nieuwe ideeën te komen, tegenwoordig helpt hij bedrijven om creativiteit en innovatie te versnellen.

Tijd en gebrek aan discipline zijn de grootste killer voor het realiseren van goede ideeën

Creativiteit en het stimuleren van ideeën is volgens Dontje een kwestie van het „opentrekken van verschillende laatjes in je hoofd” en die vervolgens slim met elkaar combineren. „Door onderwerpen die ogenschijnlijk weinig met elkaar te maken hebben te verbinden, ontstaan onverwacht nieuwe invalshoeken.”

Een voorbeeld: als Dontje een nieuw tv-format moest verzinnen, dacht hij niet aan programma’s die al bestonden. „Ik startte niet in het laatje van televisie, maar opende bijvoorbeeld het laatje emoties, dierentuinen of recordpogingen. Zo’n vreemde sprong lijkt inefficiënt, maar dat is het zeker niet. Het opwekken van vreemde associaties leidt vaak naar een creatieve oplossing.”

Voor getrainde creatieven is dit ‘out-of-the-box’-denken vaak vanzelfsprekend, maar grijpen naar dingen die ogenschijnlijk ver van het onderwerp af staan, kost de meeste mensen moeite. Een brainstorm met anderen is daarom een goed hulpmiddel om tot nieuwe ideeën te komen, mits de groep uit maximaal vijf mensen bestaat, liefst van hetzelfde hiërarchische niveau. Dontje: „In een groep zijn altijd een aantal mensen dominant en de meeste tijd aan het woord. Als je de groep groter maakt, wordt het voor veel mensen alleen maar enger om gekke dingen te roepen.” In een hiërarchische omgeving is het daarnaast moeilijker om vrij te kunnen denken. „Als de baas met een idee komt, vinden werknemers het soms moeilijk daar iets over te zeggen. Of andersom: als hij niet meteen enthousiast is, kan het voorstel doodslaan.”

Maak het tastbaar

Minstens zo belangrijk is de dag ná de brainstorm. Om het enthousiasme vast te houden en de flip-over niet zomaar in de kast te laten verdwijnen, is het noodzakelijk minstens één idee daadwerkelijk over de eindstreep te trekken, zegt Dontje. Wijs daarom een verantwoordelijke aan en stel meteen een deadline voor een nieuwe afspraak vast. Probeer daarnaast het concept direct tastbaar te maken: denk bijvoorbeeld aan een simpele website, of een prototype van een product. Zo krijgen anderen letterlijk een beeld van je gedachtegang.

Een prototype kan van alles zijn, zegt Dontje: een filmpje van een dienst, een website van een nieuwe applicatie of een 3D-print, of desnoods een model van lego. „Wacht in ieder geval niet te lang: tijd en gebrek aan discipline zijn de grootste killer voor het realiseren van goede ideeën.”

Met een doordacht plan, inclusief tastbare voorbeelden die het verhaal ondersteunen, word je door je baas of investeerder meteen serieus genomen. Dontje:„Bedenk goed: anderen horen je idee voor het eerst en hebben het zelf niet bedacht. Uiteraard is het pitchen van je idee natuurlijk ook een kwestie van lef, maar deze stappen vergroten je kans van slagen.”

    • Cathelijne Beijn