De passie is er, de resultaten niet

De zwakke schakel van het kabinet is ze niet meer. En haar aardigheid, zeggen Kamerleden, gebruikt Jetta Klijnsma handig. Maar waar is haar daadkracht?

Staatssecretaris Jetta Klijnsma mag deze woensdag in de Kamer uitleggen waarom de overheid nog niet voldoende banen voor gehandicapten heeft geregeld. Foto Lenny Oosterwijk/Lumen

In het Drentse dorp Ruinerwold brengt Martijn van Wijhe (28) samen met PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken boodschappen rond. Het is vrijdagmiddag, ze zitten naast elkaar in een bestelauto van supermarkt Coop en zien er tevreden uit. Martijn van Wijhe, verstandelijk gehandicapt, geniet van de aandacht, Klijnsma doet wat ze als politicus het liefste doet: in „het land” zijn en met „de mensen” praten.

Deze woensdag moet ze in de Tweede Kamer uitleggen waarom er nog van alles misloopt met de Participatiewet, een van haar ‘grootste’ wetten. Het is niet zo dat Klijnsma er in het parlement ongelukkig uitziet, wel altijd minder ontspannen. Haar mooiste tijd, zegt ze graag in interviews en bij publieke optredens, had ze als wethouder, met de straat dichtbij.

De 59-jarige staatssecretaris geldt niet meer als ‘zwakke schakel’ in het kabinet, zoals in de eerste jaren van Rutte II. En als nu nog iemand begint over de ‘moestuin’ – uit een onhandig interview over een aanvulling op je oudedagsvoorziening – vindt iedereen dat een beetje flauw.

Ze kreeg zonder veel problemen grote en ingewikkelde wetten door de Tweede en Eerste Kamer: over pensioenen, de bijstand en over uitkeringen en werk voor gehandicapten.

Dat kun je, zegt Tweede Kamerlid Steven Van Weyenberg (D66), „een prestatie” noemen. „Best knap”, vindt ook CDA’er Pieter Heerma. Tweede Kamerlid Chantal Nijkerken-De Haan van coalitiepartner VVD zegt dat Klijnsma „haar best doet”. Dat klinkt zuinig. Maar als je bedenkt dat de VVD in Tweede Kamerdebatten met PvdA-minister Lodewijk Asscher al aan een stevige verkiezingscampagne lijkt te zijn begonnen, kun je het gerust ook uitleggen als bijna een compliment.

IJzeren Jetta

En toch: uit gesprekken met politici en bestuurders in en buiten de Tweede Kamer krijg je niet de indruk dat er voor Jetta Klijnsma veel méér in zit dan een status als ex-brekebeen. En niet alleen omdat er met de Participatiewet nog van alles misgaat.

Het gaat om iets anders, zegt de Amsterdamse wethouder Arjan Vliegenthart (SP): de bezuiniging van 1,6 miljard euro op de bijstand en werk voor kwetsbare mensen die Klijnsma als sociaal-democraat doorvoerde. „Daar kun je nooit onbeschadigd uit komen.”

Vliegenthart is milder over Klijnsma dan de SP-Kamerleden Sadet Karabulut, die Klijnsma „ijzeren Jetta” noemt, en Paul Ulenbelt – die vindt dat ze er met de pensioenen „een potje van maakt”. „Haar hart slaat links”, zegt de Amsterdamse wethouder. En: „Jetta is een volbloed politica met een eigen agenda, maar ze is ook iemand die anderen wat gunt.”

Als het met Klijnsma’s imago in dit kabinet niks meer wordt, dan heeft ze dat volgens Vliegenthart „willens en wetens” laten gebeuren. „Zij heeft de rotportefeuilles gekregen. Pensioenen hoorden bijvoorbeeld altijd bij de minister. Maar Lodewijk Asscher moet shinen. Zij houdt hem, als mogelijk aanstaand lijsttrekker van de PvdA, uit de wind. Want zo is ze: dienstbaar.”

In de Tweede Kamer zal Klijnsma deze woensdag moeten uitleggen waarom er nog steeds bijna geen ‘beschutte plekken’ zijn voor de meest kwetsbare werknemers. Voor gehandicapten die wel met begeleiding en subsidie aan het werk kunnen, komen er nu banen bij in gewone bedrijven – zoals bij de Coop in Ruinerwold. Dat heeft het bedrijfsleven beloofd, net als de overheid als werkgever. Maar bij de overheid komt er nog weinig van terecht.

Met de vuist op tafel

„Niemand twijfelt aan Klijnsma’s passie om het ook bij de overheid voor elkaar te krijgen”, zegt Van Weyenberg (D66). Op Klijnsma’s eigen ministerie zijn er banen genoeg voor gehandicapten, maar niet bij Justitie, in het onderwijs, bij de Belastingdienst. „Dat moet voor haar voelen als een pijnlijke nederlaag.”

Er gaat vast en zeker geen dag voorbij, denkt Van Weyenberg, dat ze haar collega’s in het kabinet er níét op aanspreekt. Maar kennelijk maakt ze er niet genoeg indruk mee. En misschien zit daar ook wel een verklaring voor het nog steeds niet al te sterke imago van Klijnsma.

Tweede Kamerlid Carola Schouten (ChristenUnie): „Sla je dan hard genoeg met je vuist op tafel in de ministerraad? Straks staat jóúw foto bij een verhaal in de krant over de overheid die de afspraak niet nakomt.”

„Daadkracht”, vindt Heerma (CDA), „bewijs je niet alleen door wetten door de Tweede en Eerste Kamer te loodsen. In haar omgang met andere bewindslieden is ze soms te zwak. Of ze is gewoon te aardig.” Als iets moeilijk ligt bij de VVD, zoals een wettelijke ‘adempauze’ voor mensen met schulden, duurt het soms jaren voordat Klijnsma met een voorstel komt. „Dan is het mañana, mañana.”

Maar haar aardigheid gebruikt ze volgens Heerma ook heel handig. „Ze wordt vaak onderschat. Ze is politiek veel leper dan iedereen denkt. Ik denk dat haar vriendelijke, zachte stijl en haar taalgebruik – ‘gompie’ en ‘grutjes’ – verhullen dat ze weet wat ze wil. Ze speelt met niet-begrijpen. Ik mag haar graag en ik heb na een debat weleens het idee: misschien had ik scherper moeten doorvragen.”

Als het over de toekomst van de pensioenen gaat, heeft Klijnsma bij de oppositie weinig aan vriendelijkheid. SP’er Ulenbelt ziet „volstrekte dadenloosheid”. Volgens D66 is er in drie jaar „geen stap gezet”.

Carola Schouten (ChristenUnie) zegt: „Klijnsma moet kleur bekennen.” Moeten er ‘eigen’ pensioenpotjes komen? Is er een andere verdeling nodig? „Je wint er de populariteitsprijs niet mee, je kunt wel voor generaties iets goeds neerzetten.”

Klijnsma’s (nu verdwenen) reputatie als een van de zwaksten in het kabinet kwam vooral door een mislukte verdediging van een pensioenwet in de Eerste Kamer in 2013 en een interview in 2014 waarin het was alsof ze mensen adviseerde een moestuin te nemen voor de oude dag. „Als bewindslieden het moeilijk hebben met zo’n dossier”, zegt Tweede Kamerlid Roos Vermeij (PvdA), „hebben ze de neiging om zich te verschuilen achter de techniek. Jetta doet dat niet. Ze blijft uitleggen waar het om gaat, wat het betekent voor mensen.”

Vriendelijk voor klanten

Die mensen – die mist ze. Op haar ministerie laat ze twee keer per jaar jonge gehandicapten of hun ouders langskomen. Dat groepje noemt ze haar ‘Wajong Klankbordgroep’ en Martijn van Wijhe, met wie ze in het Drentse Ruinerwold boodschappen rondbrengt, is de zoon van een van de leden van dat groepje, Geert van Wijhe. Martijn heeft een Wajong-uitkering voor gehandicapten.

Als ze op vrijdagmiddag klaar zijn, staan in een achterkamertje van de Coop broodjes, thee en koffie. Supermarkteigenaar Sietze Koetsier zegt dat hij blij is met zijn werknemer: Martijn komt altijd op tijd, hij is sterk, nooit ziek, hij is vriendelijk voor klanten. „Maar het is ook niet alleen halleluja.”

Al heeft Martijn navigatie en een telefoon, soms komt hij terug omdat hij de bezorgadressen niet kan vinden. En wat moet Koetsier doen als Martijn twee losse contracten heeft gehad? Volgens de wet moet Martijn daarna een vaste baan krijgen. Maar als Martijn lang ziek wordt? Of toch minder gaat presteren? „Ik heb ook gewoon een bedrijf te runnen.”

„Doodlogisch dat je dat zegt”, zegt Klijnsma. „Je zou een ondernemer van likmevestje zijn als je geen winst wilt maken. Maar ik kan het niet een-twee-drie voor je oplossen.” Asscher is verantwoordelijk voor de wet die de contracten regelt.

Heel even gaat het over de banen voor gehandicapten op haar ministerie en hoe goed dat gaat. Ze wrijft over Martijns arm en zegt: „Het zou me ook niet gebeuren dat mijn eigen departement géén Wajonger heeft.”

    • Petra de Koning